Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

2017-11-01

toelopen

betekenis & definitie

toelopen - Werkwoord
1. (intr) toeschieten, toesnellen, afgaan op, afkomen op, gaan naar
2. (intr) uitlopen, eindigen

toelopen - Zelfstandignaamwoord
1. meervoud van het zelfstandig naamwoord toeloop

Woordherkomst
samenstelling van toe en lopen