Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

flink

betekenis & definitie

flink - Bijvoeglijk naamwoord
1. stevig van lichaamsbouw
Je zoon is al een flinke jongen geworden.
2. groot van afmeting of hoeveelheid
Hij nam een flinke teug van het bierflesje.
Jan heeft een flink pak slaag gekregen.
3. sterk van karakter
Wees een flinke jongen en gedraag je.

flink - Bijwoord
1. in hoge mate
Als ze wil kan ze flink eten.

Synoniemen
[1]: fors
[2]: behoorlijk
behoorlijk