Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hemeling

betekenis & definitie

HEMELING, m. en v. (-en), HEMELINGE, v. (-n), gelukzalige, engel; (ook) hemelgod;

— (Ind.) zoon van het Hemelsche Rijk, Chinees.