Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Goddeloosheid

betekenis & definitie

GODDELOOSHEID, v. ongodsdienstigheid, boosheid, verdorvenheid de goddeloosheid dezer wereld;

—, (...heden), zondige daden: de goddeloosheden eener diepbedorven maatschappij.