Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Gewagen

betekenis & definitie

GEWAGEN, (gewaagde, heeft gewaagd), (dicht.) met ophef van iets gewag maken, den lof er van verkondigen dan mag der barden zang der vorsten roem gewagen;

— van iets gewagen, er gewag, melding van maken ik zal van de daaropvolgende gebeurtenissen niet gewagen; de geschiedenis gewaagt van zijn heldendaden;
—veel ophef, groot gewag van iets maken de wereld zal er van gewagen, het zal overal groot opzien wekken.