Wind betekenis & definitie

In feite niets anders dan de horizontale verplaatsing van een hoeveelheid lucht, vooral veroorzaakt door verschillen in luchtdruk. De lucht stroomt in principe van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied.

Het begrip `wind' omvat twee grootheden. In de eerste plaats de windsnelheid. Hoe groter de gradiƫnt (het verschil per afstandseenheid) tussen de druksystemen (ofwel: hoe dichter de isobaren bij elkaar liggen), des te sneller de lucht gaat stromen. De bijbehorende natuurkundige kracht heet de gradiƫntkracht. De tweede grootheid is de windrichting. Deze hangt vooral af van de positie van de hoge- en lagedrukgebieden op een bepaald moment. De lucht stroomt niet rechtstreeks van het hoge- naar het lagedrukgebied. Onder invloed van de Coriolis-kracht buigt de luchtstroming af. Verder worden richting en snelheid van de wind bepaald door veranderingen in luchtdruk (isallobarische wind) en de wrijving die de luchtstromingen aan het aardoppervlak ondervinden (de wrijvingskracht). In een ongestoorde situatie met weinig wrijving, boven zee of in de bovenlucht, stroomt de lucht bijna evenwijdig aan de isobaren.
Naast deze wind ten gevolge van het luchtdrukpatroon, kan wind ook ontstaan door temperatuurverschillen. Een voorbeeld hiervan is de zeewindcirculatie.
Overigens zijn er ook nog allerlei verticale luchtbewegingen in de atmosfeer, maar deze zijn niet in het begrip `wind' begrepen. De aard van de wind wordt op heel veel plaatsen op aarde door lokale omstandigheden bepaald.

Zie ook: anticyclonale luchtbeweging
Zie ook: convectie
Zie ook: cyclonale luchtbeweging
Zie ook: front
Zie ook: thermische wind
Zie ook: lokale wind
Zie ook: isobaar