Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 24-01-2019

Houten

betekenis & definitie

Houten - gem. in Utrecht, ten Z. der hoofdstad, groot 3440 H.A. (alles kleigrond), met 2200 inw., die in landbouw en wat ooftteelt hun bestaan vinden; paardenteelt. De gem. werd in 1857 met de gemeenten Oud-Wulven en Schonauwen vergroot; zij omvat thans de dorpen H. en ’t Goy (of Gooi), benevens eenige buurten, o. a. Schonauwen, een voormalige heerlijkheid met een sterk kasteel, waarvan alleen de toren nog over is. Het dorp H., 1½ uur ten Z.O. van Utrecht, telt 700 inw. en ligt aan de spoorlijn Utrecht—Geldermalsen. Het wordt reeds in 1228 als Halten vermeld.