Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 03-01-2019

2019-01-03

Groot

betekenis & definitie

Groot - benaming van een der alleroudste Nederlandsche zilveren munten ter waarde van ongeveer een halven stuiver, ontleend aan het Fransche muntstuk gros, aldus genaamd omdat het juist zooveel woog als een gros of drachme, zijnde 'ƒ96 van een ons en dus V12 van een pond* zilver. De grooten schijnen het eerst onder Floris V in Holland geslagen te zijn; ook veelvouden en onderdeelen komen voor.