Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 24-01-2019

Handel

betekenis & definitie

Handel - het ter wille van winst koopen en verkoopen of ruilen van goederen en andere ruilwaarde bezittende voorwerpen, in het bijzonder wanneer dit bij wijze van beroep geschiedt. — Naarmate het geld meer en meer een plaats in het verkeer veroverde, heeft de koophandel den ruilhandel naar den achtergrond gedrongen. — De handel wordt onderscheiden in groot- en kleinhandel. De groothandelaren drijven onderling handel in het groot (en gros), nemen de waren in het groot af van den producent en leveren aan den kleinhandel, de laatste verkoopt aan het publiek (en détail). De groothandel tracht winst te maken uit de prijsverschillen hier en elders of van het heden en in de toekomst (in het laatste geval heeft men met speculatie te doen). De kleinhandel zoekt zijn winst meer in het verschil tusschen engros- en détailprijs. — De productiviteit van den handel is uit maatschappelijk oogpunt wel eens in twijfel getrokken, daar de handel geen goederen schept.

Zij werd o. a. ontkend door de Physiocraten. Deze meening is het gevolg van een zeer beperkte opvatting van het woord productief. Vergeten worde echter niet, dat de handel weliswaar geen goederen voortbrengt, maar de waarde en het nut daarvan veelal belangrijk verhoogt door ze te brengen ter plaatse, waar, en beschikbaar te stellen, wanneer ze het meest gevraagd worden. Zoo doende dient de handel zijn eigen belang door het bedingen van de hoogste prijzen en het algemeen belang tevens. Natuurlijk kunnen misbruiken voorkomen in den vorm van prijsopdrijving door achterhouding van voorraden, enz. Ook kan de handel over te veel schijven loopen, zoodat de prijzen onnoodig hoog worden opgevoerd.

Op deze mogelijkheid berusten de, veelal coöperatieve, verbruiksvereenigingen (Eigen Hulp, enz.), die voor hare leden de waren rechtstreeks van den producent of althans van den groothandel betrekken. De handel wordt hierdoor niet geheel uitgeschakeld, maar, althans ten deele, door de verbruikers zelf overgenomen. — De handel heeft een belangrijke rol gespeeld en doet dat nog in de rechtsontwikkeling, daar hij eenerzijds bijzonder belang heeft bij rechtszekerheid en een goede rechtspraak, anderzijds behoefte heeft aan regelingen, welke veelal in het burgerlijk recht niet worden gevonden. Vandaar reeds in de late Middeleeuwen het ontstaan van een afzonderlijk handelsrecht, veelal ook van afzonderlijke handelsrechtbanken. Vandaar ook, dat ook thans nog de handel meermalen brenger is van orde en van Westersche beschaving in vreemde werelddeelen. — Blijkens de beroepstelling van 1909 waren hier te lande in den handel werkzaam 178.468 mannen en 46.064 vrouwen, totaal 224.532 personen. In de aan den handel verwante bedrijven: verkeerswezen 183.145 m., 16.237 vr., totaal 199.382; crediet- en bankwezen 9.570 m., 435 vr., totaal 10.005; verzekeringswezen 7.646 m., 445 vr., totaal 8.091. — De belangen van den handel zijn hier te lande in het bijzonder toevertrouwd aan de afdeeling Handel van het departement van Landbouw, Nijverheid en Handel.