Wat is de betekenis van handel?

2022
2022-09-26
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

handel

1) (1972) (euf.) (meestal verkleinvorm) mannelijk geslachtsorgaan. Van het Engelse 'handle' (handvat) maar met een Nederlandse uitspraak van de a. Of gaat het hier om een interpretatie van de informele betekenis van 'handel', nl. spulletje? • Maar toen ik hem naakt en met een stijve pik aan Lionel wilde voorstelle...

Lees verder
2019
2022-09-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

handel

handel - Zelfstandignaamwoord 1. (economie), (handel) de inkoop|in- en verkoop van goederen 2. winkel 3. handelswaar handel - Zelfstandignaamwoord 1. handgreep, handvat, hendel handel - Bijwoord 1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord handeldrijven: zij dreven daar a...

Lees verder
2018
2022-09-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

handel

handel - zelfstandig naamwoord uitspraak: han-del 1. het kopen en verkopen ♢ dat boek is niet meer in de handel 1. het uit de handel nemen [het niet langer verkopen] ...

Lees verder
2004
2022-09-26
lesmethode Memo

Geschiedenisles voor bovenbouw

Handel

Kopen en verkopen van allerlei goederen.

2001
2022-09-26
Filosofisch woordenboek

Paul Frentrop - Voor rede vatbaar

Handel

Thales van Milete was volgens de overlevering de eerste filosoof en hij was tevens een rijke koopman. Vandaag de dag hebben mensen met interesse in filosofie zelden belangstelling voor het zakenleven en interesseren zakenmensen zich bijna nooit voor filosofie.1 De keer dat ik iemand ontmoette die beide liefhebberijen wel combineerde, herinner ik me...

Lees verder
1997
2022-09-26
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

handel

zie zakken.

1993
2022-09-26
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Handel

(hendel) beweegbaar handvat

1991
2022-09-26
Encyclopedie van de Zaanstreek

Zaanse encyclopedie (1991)

Handel

In de economie de bemiddeling tussen de voortbrenging en het verbruik van goederen, de handeling van kopen en verkopen. Veel Zaanse ondernemingen zijn als handelsactiviteit begonnen, waarna er door voorwaartse of achterwaartse integratie een industriële onderneming ontstond, eertijds veelal gebaseerd op het gebruik van molens. Echt grote hande...

Lees verder
1985
2022-09-26
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

HANDEL

dorp in de Noordbrabantse gemeente Gemert, gelegen ten noorden van de hoofdplaats met 1672 inwoners (1985). Het dorp is vooral vermaard om zijn Mariabedevaart, de oudste in Brabant waaraan jaarlijks tienduizenden deelnemen, en verder om de verering van Donatus (zie Bedevaartsplaatsen). De rectoraatskerk stamt uit de 17de eeuw.De kapel van Handel we...

Lees verder
1981
2022-09-26
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Handel

ruil van goederen. De handelaar koopt op plaatsen waar het aanbod groot is en verkoopt op plaatsen waar de vraag groot is. Zo brengt hij weliswaar geen nieuwe goederen voort, maar wel verhoogt hij door zijn tussenkomst de waarde van de goederen. Bij deze voornaamste taak - dus die van de verdeling - komen dan nog allerlei andere bezigheden, zoals h...

Lees verder
1980
2022-09-26
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Handel

Handel hoort bij handelen en handelen bij hand. Het woord hand betekent oorspronkelijk: grijper, beetpakker. Handel is dus eigenlijk: het vasthouden en gebruiken van iets en vandaar: het geheel van gedragingen van iemand. Men spreekt van iemands handel en wandel: iemands gedrag en omgang met anderen. Het woord kwam vroeger voor in de betekenis: bed...

Lees verder
1973
2022-09-26
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

handel

m., 1. het handelen, m.n. het geheel van iemands handelingen en gedragingen: iemands — en wandel; 2. in bijzondere en gewone betekenis de handeling van kopen en verkopen; (economie) de zelfstandige schakel in de goederenstroom van de oerproducenten naar de uiteindelijke consumenten (e); eerlijke, vreedzame effectieve waarbij het om de goeder...

Lees verder
1958
2022-09-26
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

HANDEL

zie Aardewerk, Birka, Dorestad, Haithabu, Scandinavië; zie ook Compendium: Economie, handel en industrie.

1952
2022-09-26
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Handel

s., hannel, handel; ongeoorloofde —, kniphannel; — drijven, hannelje, keapmanje; genegen tot —, handelber.

1951
2022-09-26
Duits woordenboek (DU-NL) 1951

Dr. H. W. J. Kroes

Handel

handel; Händel, kwestie, affaire; Handel und Wandel, doen en laten, handel en verkeer; Händel suchen, ruzie zoeken; Handel mit, handel in.

1949
2022-09-26
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Handel

het kopen en verkopen van goederen, met het oogmerk, winst te maken. De als beroep uitgeoefende H. is te onderscheiden in groothandel (z grossier) en klein- of detailhandel*.

1940
2022-09-26
Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Handel

1. algemeen GrootH., Klein-H. De H.: koop en verkoop met het doel een winst te behalen (koopen om met winst te verkoopen) omvat binnen de gegeven economische verhoudingen het geheele warenverkeer de warencirculatie tusschen voortbrenging en verbruik; het laatste in de volle omvang van verbruik van grondstoffen, halffabrikaten en eindproducten, daar...

Lees verder
1937
2022-09-26
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

handel

I. m. (1 behandeling, het hanteren; vero.; 2 wat iem. doet, verricht, waarmee hij zich bezighoudt; inz. gedrag; 3 het doen van koopmanszaken; 4 het bedrijf van het doen van koopmanszaken; 5 koopmansbedrijf als kennis, vak; 6 de koopmansstand; 7 ruil- of koopverkeer; 8 allegorische voorstelling van de handel; 9 vertier; kooplust): 1. wapenhandel; Z....

Lees verder
1933
2022-09-26
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Handel

koop en verkoop v. goederen. Oudste vorm was de ruilhandel, waarbij geen gebruik werd gemaakt v. geld. Tusschenkandelaar staat tusseben producent en consument. Doorvoer- of transitohandel wanneer de waren slechts d/e land heengaan. Bij terrnijnhandel worden óf de goederen op een vooruit vastgesteld tijdstip geleverd óf het dan blijken...

Lees verder
1933
2022-09-26
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Handel

Handel - omvat het koopen en verkoopen of ruilen van goederen met het doel winst te maken, vooral indien zulks als beroep wordt uitgeoefend. I. Ontstaan. In de oerculturen is er nog weinig h. doordat de econ. toestand der horden bijna overal dezelfde is. In de „hoogere” cultuur van de verzamelaars en jagers, die dikwijls een totemisti...

Lees verder