Wat is de betekenis van handel?

2020
2021-01-15
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

handel

1) (1972) (euf.) (meestal verkleinvorm) mannelijk geslachtsorgaan. Van het Engelse 'handle' (handvat) maar met een Nederlandse uitspraak van de a. Of gaat het hier om een interpretatie van de informele betekenis van 'handel', nl. spulletje? • Maar toen ik hem naakt en met een stijve pik aan Lionel wilde voorstelle...

Lees verder
2019
2021-01-15
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

handel

handel - Zelfstandignaamwoord 1. (economie), (handel) de inkoop|in- en verkoop van goederen 2. winkel 3. handelswaar handel - Zelfstandignaamwoord 1. handgreep, handvat, hendel handel - Bijwoord 1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord handeldrijven: zij dreven daar a...

Lees verder
2018
2021-01-15
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

handel

handel - zelfstandig naamwoord uitspraak: han-del 1. het kopen en verkopen ♢ dat boek is niet meer in de handel 1. het uit de handel nemen [het niet langer verkopen] ...

Lees verder
2004
2021-01-15
lesmethode Memo

Geschiedenisles voor bovenbouw

Handel

Kopen en verkopen van allerlei goederen.

2001
2021-01-15
Filosofisch woordenboek

Paul Frentrop - Voor rede vatbaar

Handel

Thales van Milete was volgens de overlevering de eerste filosoof en hij was tevens een rijke koopman. Vandaag de dag hebben mensen met interesse in filosofie zelden belangstelling voor het zakenleven en interesseren zakenmensen zich bijna nooit voor filosofie.1 De keer dat ik iemand ontmoette die beide liefhebberijen wel combineerde, herinner ik me...

Lees verder
1997
2021-01-15
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

handel

zie zakken.

1993
2021-01-15
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Handel

(hendel) beweegbaar handvat

1985
2021-01-15
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

HANDEL

dorp in de Noordbrabantse gemeente Gemert, gelegen ten noorden van de hoofdplaats met 1672 inwoners (1985). Het dorp is vooral vermaard om zijn Mariabedevaart, de oudste in Brabant waaraan jaarlijks tienduizenden deelnemen, en verder om de verering van Donatus (zie Bedevaartsplaatsen). De rectoraatskerk stamt uit de 17de eeuw.De kapel van Handel we...

Lees verder
1980
2021-01-15
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Handel

Handel hoort bij handelen en handelen bij hand. Het woord hand betekent oorspronkelijk: grijper, beetpakker. Handel is dus eigenlijk: het vasthouden en gebruiken van iets en vandaar: het geheel van gedragingen van iemand. Men spreekt van iemands handel en wandel: iemands gedrag en omgang met anderen. Het woord kwam vroeger voor in de betekenis: bed...

Lees verder
1973
2021-01-15
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

handel

m., 1. het handelen, m.n. het geheel van iemands handelingen en gedragingen: iemands — en wandel; 2. in bijzondere en gewone betekenis de handeling van kopen en verkopen; (economie) de zelfstandige schakel in de goederenstroom van de oerproducenten naar de uiteindelijke consumenten (e); eerlijke, vreedzame effectieve waarbij het om de goeder...

Lees verder
1958
2021-01-15
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

HANDEL

zie Aardewerk, Birka, Dorestad, Haithabu, Scandinavië; zie ook Compendium: Economie, handel en industrie.

1949
2021-01-15
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Handel

het kopen en verkopen van goederen, met het oogmerk, winst te maken. De als beroep uitgeoefende H. is te onderscheiden in groothandel (z grossier) en klein- of detailhandel*.

1940
2021-01-15
Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Handel

1. algemeen GrootH., Klein-H. De H.: koop en verkoop met het doel een winst te behalen (koopen om met winst te verkoopen) omvat binnen de gegeven economische verhoudingen het geheele warenverkeer de warencirculatie tusschen voortbrenging en verbruik; het laatste in de volle omvang van verbruik van grondstoffen, halffabrikaten en eindproducten, daar...

Lees verder
1933
2021-01-15
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Handel

Handel - omvat het koopen en verkoopen of ruilen van goederen met het doel winst te maken, vooral indien zulks als beroep wordt uitgeoefend. I. Ontstaan. In de oerculturen is er nog weinig h. doordat de econ. toestand der horden bijna overal dezelfde is. In de „hoogere” cultuur van de verzamelaars en jagers, die dikwijls een totemisti...

Lees verder
1928
2021-01-15
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Händel

Georg Friedrich Händel, een bekend Duits componist, leefde van 1685— 1759. Hij speelde reeds als achtjarige jongen uitstekend piano en orgel, zonder ooit les te hebben gehad. Toen hij 15 jaar oud was, componeerde hij al en dirigeerde hij het Hamburgse orkest. Na een langen zwerftocht door Italië vestigde hij zich in 1710 te Londen,...

Lees verder
1926
2021-01-15
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Handel

De haast spreekwoordelijk geworden handelsgeest en speculatiezucht eigen aan de Joden is toch geen erfenis der vaderen, althans niet van het oude volk Israël. Integendeel, Israël was naar Gods bestel eer een landbouwend dan handeldrijvend volk, gelijk ook blijkt uit zijn inzettingen en wetten. Hoewel de Wet den handel wel niet verbood, we...

Lees verder
1916
2021-01-15
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Handel

Handel - het ter wille van winst koopen en verkoopen of ruilen van goederen en andere ruilwaarde bezittende voorwerpen, in het bijzonder wanneer dit bij wijze van beroep geschiedt. — Naarmate het geld meer en meer een plaats in het verkeer veroverde, heeft de koophandel den ruilhandel naar den achtergrond gedrongen. — De handel wordt onderscheiden...

Lees verder
1910
2021-01-15
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Handel

Handel - het bedrijf, dat ten doel heeft den ruil van goederen, naar de wet van vraag en aanbod. Naar den aard der handelingen doen zich verschillende soorten van handel voor en onderscheidt men in het algemeen land- en zeehandel, binnen- en buitenlandschen handel, klein- en groothandel enz. Onder wereldhandel verstaat men den internationalen of ei...

Lees verder
1900
2021-01-15
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

handel

Te gebruiken voor het kopen, verkopen of ruilen van producten.

1898
2021-01-15
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Handel

Het begrip handel heeft 3 verschillende betekenissen: 1. handel - HANDEL, m. onderlinge koop en verkoop van goederen, waarden enz., het bedrijf dat ten doel heeft den ruil der goederen naar de behoeften van vraag en aanbod handel drijven, handelaar zijn, den handel uitoefenen; — in den handel gaan. handelaar, koopman worden: — iets in...

Lees verder