Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 06-12-2018

Begraven

betekenis & definitie

Begraven - de wijze, waarop met de lijken van over ledenen wordt gehandeld, is naar gelang van om standigheden, maar vooral van godsd. opvattingen en gebruiken, verschillend: doen verscheuren door wilde dieren, overboord zetten op zee, verbranden, b. (al of niet na balseming). In Europa is het b. verre weg het meestgebruikelijk. Hiertoe heeft ook medege werkt de Christelijke opvatting omtr. de opstanding des vleesches, hoewel deze zich niet tegen de op ruiming van begraafplaatsen heeft verzet. — Art. 1 der Begrafeniswet van 10 Apr. 1869, Stb. 66, schrijft voor, dat elk overleden persoon en doodgeboren kind moet worden b. Op deze bepaling bestaat echter geene strafr. sanctie, zoodat lijkverbranding hoe wel volgens de wet niet geoorloofd, (als nergens strafbaar gesteld), niet kan worden gestraft. Bij arrest van 1 Maart 1916 heeft de Hooge Raad dit beslist.

— Ontleding en bewaring van een lijk in het belang der wetenschap zijn slechts toegestaan, indien de doode eene beschikking van die strekking heeft ge maakt of met toestemming der nabestaanden. De Burgemeester moet hiertoe nog verlof geven. Voor lijkopening of gedeeltelijke ontleding vóór b. is dat verlof van den burgemeester niet noodig. Voor lijk onderzoek op rechterlijk gezag is ook de toestemming der nabestaanden niet vereischt (art. 1 Begr. wet).

— Geene begraving geschiedt vroeger dan 36 uren of later dan den vijfden dag na het overlijden. Voor b. is een verlof van den ambtenaar van den burgerlijken stand vereischt, dat echter niet wordt gegeven dan na overlegging van eene overlijdensverklaring van een geneeskundige. Voor geval van overlijden aan boord van in zee zijnde Nederl. schepen schrijft het K.B. van 18 Oct. 1869, Stb. 162, genomen ingev. art. 3 Begraf. wet, overboordzetting voor, behou dens uitzonderingen.