Cijfer betekenis & definitie

Cijfer - teeken voor getal (afkomstig van het Arabische as-sifr). De volkeren der oudheid wisten reeds op min of meer eenvoudige wijze getallen voor te stellen. De Babyloniers stelden de eenheid voor door een Y, het tiental door •<, 100 door Y>-. Zoo werd 42 voorgesteld door ^ YY.

Voor wetenschappelijke en sterrekundige doeleinden werd een andere voorstellingswijze gebruikt, waarbij 60 als grondtal optiad. De Egyptenaren hadden in hun hieroglyphenschrift* afzonderlijke teekens voor de termen van de schaal van het 10-tallig stelsel; bijv.: 1 = 0, 10 = <=*, 100 = d enz. Van de Egyptenaren zijn ook bekend de z.g. hieratischeen demotische getalteekens, waarbij elk getal en elk tiental zijn eigen teeken had. De Grieken gebruikten oorspronkel. de z.g. herodiaansche cijfers (naar den Byzantijn Herodianus, 200 n. Chr., die ze ons overgeleverd heeft), nl. 1=1, 5 = F (n = pente), 10 = (deka), 100 = H (hekaton), 1000 = X (chilioi), 10000 = M (murioi). Daarnaast gebruikten de Grieken ook hun alphabet als cijferteeken: 1 = a of A, 2 = (3 of B, 3 = y of 'F, 4 = d of A, 6 = e of E, 6 = 4 of E (digamma), 7 = J of Z, 8 = tj of H, 9 = 6 of 0, 10 = t of I, 20 = x of K, 30 = X of A, 40 = f<- of M, 60 = v of N, 60 = f of S, 70 = o of O, 80= n of II, 90 = (, of ? (koppa), 100 = Q of P, 200 = o of 2, 300 = r of T, 400 = v of r, 600 = y of 600 = z of X, 700 = ip of 1F, 800 = o of fi, 900 = T1T.

De Romeinen hadden een cijferstelsel, dat verwant is met het herodiaansche. Oorspronkelijk werden de eenheden voorgesteld door / en naast elkaar geschreven, de tientallen door X, (/ met één dwarstreep), dus bijv. 30 = Hl. De bovenste helft V van X werd gebruikt voor 6 (de Etruskers namen de onderste helft A); 100 = 10 x 10 werd aangeduid door twee dwarsstrepen: f, gestyleerd (op Etruscische munten) werd dit 01C, waarvan de Romeinen ten slotte alleen C (= centum) behielden. Voor 60 hadden de Etruskers t (d.i. de onderste helft van *), de Romeinen eerst