Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 06-12-2018

Bergen op zoom

betekenis & definitie

Bergen op zoom - stad in N.-Brabant, 71/2 K.M. van de Belg. grens, aan de Ooster-Schelde. — De oorsprong ligt in devroege middeleeuwen. In 664 zou hier Geertruida, de dochter van Pepijn van Landen, een kapel hebben gesticht. In de 8e eeuw ontstond op den rand der hooge gronden en slikken een kasteel; vermoedelijk ter plaatse van ’t ver maarde Geertruida-bronnetje, dat oudtijds de bezet ting van drinkwater voorzag, later niet meer te vin den was en in ’t laatst der 19e eeuw opnieuw is opge spoord. De plaats, waar dit bronnetje opwelt, ligt op ’t slik en loopt telkens met den vloed onder.

De nederzetting bleef tot 1287 deel uitmaken van de heerlijkheid Breda en kwam in dit jaar aan ’t ge slacht Wezemale als zelfst. heerlijkh., terwijl het in 1633 door keizer Karel V tot markgraafsch. werd verheven. Van de vele geslachten, die elkander achtereenvolgens in ’t bezit van B. o. Z. opvolgden, is dat van Jan van Glimes wel ’t meest bekend. In 1397 werd de door visscherij en handel (laken 1) reeds bloeiende stad bijna geheel door brand ver nield, slechts twee huizen, de Olifant en de Draak, bleven gespaard. In hetzelfde jaar kreeg zij haar eerste keur. Spoedig verrees een nieuwe stad op de puinhoopen, fraaier dan de oude. Nog herinneren de in den gevel van het stadhuis geplaatste woorden: Mille Periculis Supersum aan ’t gevaar, waaraan het — de Olifant — is ont komen. Margaretha van Panna liet de stad be zetten, nadat zij de inhechtenisneming van Jan van Glimes te Madrid had bewerkt. Door Alva werden alle bezittingen van het markiezaat ver beurd verklaard.

In 1577 werd de stad aan de Spanj. ontrukt en tevergeefs trachtten dezen in 1581,1685,1688,1605 en 1622 de stad te heroveren. De nooit verwonnen veste, „de ongerepte maagd”, werd in 1747 door de Franschen na zwaar bom bardement genomen en geplunderd. In 1814 poogden de Engelschen de stad aan de Franschen te ontrukken: na bloedigen strijd in de straten moesten zij zich terugtrekken. In 1831 werd de stad nogmaals door een groote ramp getroffen: het kruitmagazijn „de Stoelemat” vloog in de lucht; vele menschen verloren ’t leven, vele huizen werden vernield. — Tot in het midden der vorige eeuw was de stad door haar wallen nauw ingesloten en teerde op het garnizoen. Toen volgde de ont manteling, kreeg de stad ruimte en lucht en ont wikkelden zich spoedig vele takken van industrie. In 1863 werd B. o. Z. bij het spoorwegnet aan gesloten, aan de lijn Venlo—Vlissingen; dat de Bjn Amsterdam—Parijs de vorige niet in Bergen op Zoom snijdt, is een gevolg van de kortzich tigheid van het toenmalig stadsbestuur. In 1888 kwam stoomtramverbind. met Antwerpen tot stand, in 1883 met Tolen en in 1899 over Halsteren naar Steenbergen en Zierikzee. — Van de mid delen van bestaan verdienen vooral genoemd te worden: 1) de visscherij op ansjovis en schelp dieren: mosselen en kreukels (alikruiken); de oester cultuur is door toenemende vervuiling van het Scheldewater door de fabrieken verdwenen; een kreeftenpark is in een der oesterputten gevestigd: 2) de warmoezerij, den laatsten tijd ook onder glas; vooral de asperges zijn gunstig bekend; export veilingen; 3) de steen- en pottenbakkerij handhaaft haar ouden roem, terwijl het fijn aardewerk (fa briek „De Kat”) om haar sierlijken vorm steeds meer de aandacht trekt; verder nog draineerbuizen; 4) de suikerindustr. met kristalUsatie-inrichting; 5) de melassespiritusfabriek met potaschbereiding; de potaschraffinaderij wordt ingericht; 6) de ijzer industr., waarvan de kachelfabrikatie van groote be teekenis is. — In het belang der suikerindustrie werd het riviertje de Zoom, dat vroeger alleen als turf vaart gebruikt „Vaart” genoemd werd, tot wel 10 M. diepte uitgegraven en van stuwen voorzien. Een tak ervan loopt onder de stad door een gewelf en eindigt in de haven. B. o. Z. dankt haar naam waar schijnlijk aan haar ligging op de hoogten (bergen) langs de Zoom der slikken. Door de slechting der vestingw. kreeg ze terrein voor den aanleg van een park, dat den naam Volkspark draagt en, aangelegd volgens een ontwerp van den heer Rosseels te Leeuwen, de trots is der Bergenaren.

De merk waardigste gebouwen zijn: 1) De Groote- of Geer truidakerk, gesticht in de 13e eeuw, onder den naam St. Lambertuskerk, in de 16e eeuw vergroot en verfraaid en genoemd naar de patrones der stad. In 1680 door ’t grauw geplunderd, werd zij tot 1684 kazerne. In dit jaar brandde een gedeelte af en kwam het overgebleven deel als kerk aan de Hervormden. In 1747 brandden kerk en toren geheel uit, doch 6 jaar later diende het gebouw den Hervormden opnieuw voor godsd. oefeningen. De inwendige ruimte is door een tot het gewelf reikend houten schot in tweeën gedeeld: „de preek en de wandelkerk”. In het laatste gedeelte vindt men een schat van beeldhouwwerken, zerken en monumenten. 2) De Markiezenhof, tegenw. als kazerne in gebruik, een indrukwekkend gebouw, waarvan de voorgevel aan vele stormen heeft weer stand geboden en de algemeene aandacht, ook van deskundigen, trekt door de kunstig gesneden traliën voor de benedenramen. Gesticht door Jan van Glimes, werd het vorstel, ingericht, verloor waar schijnl. tijdens het bombardement van 1747 den hoogen achtkanten toren, waarvan de binnen plaats nog gedeelten te zien geeft. Een fraaie hoog poort, waarboven in nis het beeld van Christophorus met het kind Jezus in de armen, geeft toegang. Aan den zijgevel bevindt zich nog een vrij goed bewaard gesloten balcon.

Het inwendige heeft veel geleden en is dikwijls kunsteloos bijgetimmerd. 3) De Gevangenpoort, een oude stadspoort aan ’t einde der Lievenvrouwenstraat, de toegang tot de Ha ven, is een stevig, solied bouwwerk en nog in goeden toestand. Dit monument van oud-Holl. degelijkheid is thans een bewaarplaats voor ge vangenen. 't Vrijmaken van de belendingen — van één kant reeds geschied — doet ’t bouwwerk beter uitkomen. 4) Het Stadhuis op de Groote Markt met zijn gekanteelden gevel, zijn beelden, symboli seerend de Standvastigheid, de Voorzichtigheid en de Rechtvaardigheid, en zijn bordes, heeft in de ruime vestibule de wapenschilden der heeren, die elkander in de regeering der stad hebben opgevolgd. De trouwzaal bevat een prachtig gebeeldhouwde n schoorsteen en geschilderde portretten, beide uit den Markiezenhof er heen gebracht. Langs de fraai gebeeldhouwde eikenhouten trap bereikt men „de Witte zaal”, die tot raadzaal dient en menig kunst werk vertoont. — B. o. Z. heeft in garnizoen de Staf van de 3e inf. brigade, het 3e reg. inf., de le afd. en de treinafd. van het 3e reg. veldartill. en de rijschool der bereden artillerie; er is een milit. hospitaal tweede klasse. De omstreken der stad zijn fraai, doch te weinig bekend. De toestand der bevolking mag gunstig genoemd worden: men vindt er even weinig armoede als rijkdom, doch een goed gezeten middenstand. Werkeloosheid komt weinig voor, de loonen zijn stijgend en reeds vrij gunstig. De bevolking neemt toe, zooals uit deze getallen blijkt: in 1870 : 9.869; in ’80:10.419; in ’90:12.720; in 1900: 13.862; in ’10: 16.741; in ’15: 18.546.