Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 27-06-2020

graag

betekenis & definitie

bn. en bw. (grager, -st),

I. bn.,
1. hongerig, begerig (naar voedsel), gretig: gezonde kinderen, die veel lopen en springen, zijn honger maakt grage magen; hij dronk met grage teugen;
2. begerig, belust (in het algemeen): is de een traag, de andere -, wat de een niet wil, daar is de ander happig op; een grage vrijer, een vrijer die gewild is;

II. bw.,

1. op gretige wijze, gretig: het eten ging — naar binnen;
2.(spreekt.) het gewone woord voor gaarne, met genoegen, met lust: zij doet een ander plezier; hij is niet — alleen thuis; of niet, met lust of in het geheel niet; ik ging wel zo naar bed, liever; hij zou

zien, dat ..., wensen dat het zo gebeurde; iemand mogen (lijden), met hem ophebben, hem goed kunnen zetten; iets — lusten, er veel van houden, het lekker vinden; (of niet -) hebben, al of niet gesteld zijn op;

3. zonder tegenstreven, gewillig: dat wil ik — geloven, zonder tegenspraak aannemen; ik erken —, dat ik mij heb vergist.