Nico M. van Straalen

Em. Professor of Animal Ecology

Gepubliceerd op 06-08-2020

Lever

betekenis & definitie

Klier van de middendarm van gewervelde dieren met een belangrijke functie in de stofwisseling

In de embryonale ontwikkeling van de mens vormt zich uit een verdikking in de ventrale darmwand, dicht onder de maag, een diverticulum (blindzak). Rond dag 35 draait de maag een kwartslag om haar as waardoor de leveraanleg aan de rechterkant van het lichaam komt te liggen. De verbinding met de darm blijft in stand en vormt de galbuis. Uit een verwijding daarvan ontstaat de galblaas. Echter bij veel vogels en sommige zoogdieren ontbreekt de galblaas.

In het embryo is de lever het belangrijkste bloedvormende orgaan, een functie die later overgenomen wordt door het beenmerg. De levercellen (hepatocyten) leggen zich toe op diverse stofwisselingsfuncties zoals metabolisme van koolhydraten, synthese van eiwitten, cholesterol en vitamines, afbraak van hemoglobine, opslag van ijzer en verwerken van lichaamsvreemde chemicaliën.

Alle gewervelde dieren hebben een lever. Ook Amphioxus heeft een leverachtige blindzak aan de darm die echter ook spijsverteringsenzymen produceert. Bij de kaakloze vissen (Agnatha) verliest de lever tijdens de ontwikkeling de verbinding met de darm en wordt een bloedvormend orgaan, zoals bij het menselijk embryo. De differentiatie van lever- en pancreasfuncties in twee verschillende organen lijkt een verworvenheid van de Gnathostomata.

Ook bij ongewervelde dieren komen blindzakken van de middendarm met een leverfunctie voor. Vaak is die gecombineerd met de productie van spijsverteringsenzymen of de opname van voedsel door fagocytose. Dit is het geval bij de hepatopancreas van kreeftachtigen (Crustacea) en de middendarmklier van weekdieren (Mollusca). Deze organen zijn functioneel vergelijkbaar met de lever en pancreas van Vertebrata, maar niet als evolutionair homoloog te beschouwen.

Bronvermelding