Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

ronde

betekenis & definitie

ronde - zelfstandig naamwoord
uitspraak: ron-de

1. ergens lopen om te controleren
♢ de nachtwaker liep zijn ronde
1. allerlei praatjes doen de ronde
[worden verspreid]
2. eenmaal de omtrek van een wedstrijdbaan
♢ de wielrenner lag een ronde voor op zijn tegenstanders
3. serie wedstrijden in een toernooi
♢ deze club gaat door naar de volgende ronde
4. wedstrijd voor wielrenners
♢ hij doet mee aan de ronde van Frankrijk

Zelfstandig naamwoord: ron-de
de ronde
de rondes
het rondetje of rondje