Wat is de betekenis van ronde?

2018
2021-01-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ronde

ronde - zelfstandig naamwoord uitspraak: ron-de 1. ergens lopen om te controleren ♢ de nachtwaker liep zijn ronde 1. allerlei praatjes doen de ronde [worden verspreid] ...

Lees verder
2017
2021-01-20
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Ronde

Ronde - in de benoeming van een- of meerdaagse wegwedstrijden, bijv. Ronde van Lombardije, Ronde van Zwitserland. Ronde ook voor: omtrek van het parcours. De Ronde is ook de Vlaamse benaming voor de Tour de France.

2010
2021-01-20
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

ronde

ronde: etappewedstrijd of eendagswedstrijd, meestal verbonden aan een land of streek, ook een volledige toer op een wielerbaan. Vele landen organiseren een eigen ronde.

2009
2021-01-20
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

ronde

In de benoeming van een- of meerdaagse wegwedstrijden, bijv. de Ronde van Lombardije, de Ronde van Zwitserland. De term ‘ronde’ wordt ook gebruikt voor de omtrek van het parcours. Verder is ‘de Ronde’ de Vlaamse benaming voor de Tour de France, soms ook voor de Ronde van Vlaanderen (in 1913 gesticht door journalist en mislukt renner Karel van Wijne...

Lees verder
2009
2021-01-20
Golfsportwoordenboek

Golfsportwoordenboek door Jan Luitzen

ronde

(de; -n, -s) - al de holes (spelen) van een golfbaan: een ronde spelen; een complete ronde is meestal 18 holes vastgestelde ronde. (het spelen van) de holes van de baan in hun juiste volgorde, tenzij de commissie anders heeft bepaald. • Speel niet te veel golf. Twee rondes per dag is meer dan genoeg. (Harry Vardon)

Lees verder
2009
2021-01-20
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

ronde

(de; -n, -s) 1 - wielerwedstrijd waarbij een land(streek) wordt doorkruist: hij rijdt jaarlijks minstens één grote ronde en een aantal kleine; Ronde van Frankrijk, Tour de France. 2 - (bij wedstrijden op de wielerbaan) eenmaal de omtrek van de baan. 3 SP - formeel begrensd deel van een wedstrijd of van een reeks wedstrijden

Lees verder
2008
2021-01-20
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

ronde

(de; -n, -s) 1 SP - wedstrijd of serie wedstrijden waarbij de winnaar zijn kans op de eindoverwinning behoudt, maar de verliezer daarvoor wordt uitgeschakeld; zich kwalificeren voor de volgende ronde. 2 LO - eenmaal de omtrek van de atletiekbaan: de bel voor de laatste ronde.

Lees verder
1998
2021-01-20
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

ronde

Deel van een wedstrijd of toernooi, waarbij de deelnemers zonder van tafel te veranderen een bepaald aantal spellen spelen. Bij parenwedstrijden is het gebruikelijk dat in iedere ronde twee, drie of vier spellen worden gespeeld. Zie ook: zitting

Lees verder
1973
2021-01-20
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

ronde

v./m. (-n, -s), 1. (hist.) halfrond verdedigingswerk; 2. wielerwedstrijd waarbij een bepaalde route door provincie, streek of land wordt afgelegd: de van Frankrijk; 3. (bij wedstrijden in een manege of wielerbaan) eenmaal de omtrek van de baan: hij was de anderen twee ronden voor; elk van een aantal spelen of beurten dat een geheel vormt in een we...

Lees verder
1948
2021-01-20
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

ronde

v. omgang, rondgaande wacht of patrouille; rondedans, rondgezang.

1933
2021-01-20
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Ronde

Rondgang van een militaire patrouille, van een officier of van een onderofficier tot verzekering van de orde, rust en veiligheid en tot contrôle van de waakzaamheid der wachten en der schildwachten.

1914
2021-01-20
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

ronde

ronde - v., rondgang; rondgaande wacht; rondedans; nachtelijke visitatie door de kommiezen;rondgezang.

1898
2021-01-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ronde

Ronde - v. (-n, -s), eene soort van visiteerpatrouille ter bewaking van den dienst der verschillende wachtposten en schildwachten in eenig garnizoen, bestaande uit een onderofficier en eenige manschappen; (leger) bezoek van een officier om te zien of alles in orde is : officier van de ronde; de ronde doen, overal heengaan, om te zien of alles in or...

Lees verder
1870
2021-01-20
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Ronde

Ronde (De) bestaat uit een officier en eenige manschappen, die zich des nachts gaan vergewissen van de waakzaamheid der uitgezette wachtposten in vestingen, legerkampen enz. Voor elke ronde komt de wacht in ’t geweer. — Langs in de haven gelegene oorlogschepen wordt de ronde gedaan in eene boot.

1864
2021-01-20
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

ronde

ronde - v. (rondes), omgang, rondgaande wacht; ronddans; rondgezang; (zeew.) bezoek van eenen officier om te zien of alles in orde is; a la ronde, in eenen kring rond; soort biljartspel