Synoniemen van ronde

2019-12-09

ronde

ronde: etappewedstrijd of eendagswedstrijd, meestal verbonden aan een land of streek, ook een volledige toer op een wielerbaan. Vele landen organiseren een eigen ronde.

2019-12-09

ronde

In de benoeming van een- of meerdaagse wegwedstrijden, bijv. de Ronde van Lombardije, de Ronde van Zwitserland. De term ‘ronde’ wordt ook gebruikt voor de omtrek van het parcours. Verder is ‘de Ronde’ de Vlaamse benaming voor de Tour de France, soms ook voor de Ronde van Vlaanderen (in 1913 gesticht door journalist en mislukt renner Karel van Wijnendaele). Zelf herinner ik me de Ronde van Zwitserland ’50, mijn eerste grote ronde met Kübler en Koblet. (Herman Laitem: 100 jaar wielrenne...

2019-12-09

Ronde

Ronde - in de benoeming van een- of meerdaagse wegwedstrijden, bijv. Ronde van Lombardije, Ronde van Zwitserland. Ronde ook voor: omtrek van het parcours. De Ronde is ook de Vlaamse benaming voor de Tour de France.

2019-12-09

ronde

Deel van een wedstrijd of toernooi, waarbij de deelnemers zonder van tafel te veranderen een bepaald aantal spellen spelen. Bij parenwedstrijden is het gebruikelijk dat in iedere ronde twee, drie of vier spellen worden gespeeld. Zie ook: zitting

2019-12-09

ronde

(de; -n, -s) - al de holes (spelen) van een golfbaan: een ronde spelen; een complete ronde is meestal 18 holes vastgestelde ronde. (het spelen van) de holes van de baan in hun juiste volgorde, tenzij de commissie anders heeft bepaald. • Speel niet te veel golf. Twee rondes per dag is meer dan genoeg. (Harry Vardon)

2019-12-09

ronde

(de; -n, -s) 1 SP - wedstrijd of serie wedstrijden waarbij de winnaar zijn kans op de eindoverwinning behoudt, maar de verliezer daarvoor wordt uitgeschakeld; zich kwalificeren voor de volgende ronde. 2 LO - eenmaal de omtrek van de atletiekbaan: de bel voor de laatste ronde.

2019-12-09

ronde

(de; -n, -s) 1 - wielerwedstrijd waarbij een land(streek) wordt doorkruist: hij rijdt jaarlijks minstens één grote ronde en een aantal kleine; Ronde van Frankrijk, Tour de France. 2 - (bij wedstrijden op de wielerbaan) eenmaal de omtrek van de baan. 3 SP - formeel begrensd deel van een wedstrijd of van een reeks wedstrijden

2019-12-09

ronde

ronde - zelfstandig naamwoord uitspraak: ron-de 1. ergens lopen om te controleren ♢ de nachtwaker liep zijn ronde 1. allerlei praatjes doen de ronde [worden verspreid] 2. eenmaal de omtrek van een wedstrijdbaan ♢ de wielrenner lag een ronde voor op zijn tegenstanders

2019-12-09

Ronde

Ronde - v. (-n, -s), eene soort van visiteerpatrouille ter bewaking van den dienst der verschillende wachtposten en schildwachten in eenig garnizoen, bestaande uit een onderofficier en eenige manschappen; (leger) bezoek van een officier om te zien of alles in orde is : officier van de ronde; de ronde doen, overal heengaan, om te zien of alles in orde is ; — dit bericht doet de ronde, wordt overal rondverteld ; — eenmaal de baan in eene manége, wielerbaan enz. (bij wedstrijden): hij was den...

2019-12-09

Ronde

Ronde (De) bestaat uit een officier en eenige manschappen, die zich des nachts gaan vergewissen van de waakzaamheid der uitgezette wachtposten in vestingen, legerkampen enz. Voor elke ronde komt de wacht in ’t geweer. — Langs in de haven gelegene oorlogschepen wordt de ronde gedaan in eene boot.

2019-12-09

ronde

ronde - v. (rondes), omgang, rondgaande wacht; ronddans; rondgezang; (zeew.) bezoek van eenen officier om te zien of alles in orde is; a la ronde, in eenen kring rond; soort biljartspel

2019-12-09

ronde

ronde - v., rondgang; rondgaande wacht; rondedans; nachtelijke visitatie door de kommiezen;rondgezang.

2019-12-09

ronde

v. omgang, rondgaande wacht of patrouille; rondedans, rondgezang.

2019-12-09

Ronde

Rondgang van een militaire patrouille, van een officier of van een onderofficier tot verzekering van de orde, rust en veiligheid en tot contrôle van de waakzaamheid der wachten en der schildwachten.