keurig - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: keu-rig
1. met goede manieren, zoals het hoort
♢ de kinderen hebben zich keurig gedragen
2. zeer goed
♢ dat heb je keurig gedaan hoor!
1. keurig netjes
[zeer netjes]
3. heel goed verzorgd
♢ kind, wat zie je er weer keurig uit!
Bijvoeglijk naamwoord: keu-rig
... is keuriger dan ...
het keurigst
de/het keurige ...
iets keurigs
Synoniemen
behoorlijk, beschaafd, correct, fatsoenlijk, gepast, netjes, piekfijn, voorkomend, zedelijk
Tegenstellingen
onbehoorlijk, onfatsoenlijk
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.