Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

nazaat

betekenis & definitie

nazaat - zelfstandig naamwoord
uitspraak: na-zaat

1. iemand die een bepaalde ander als voorouder heeft
er zijn geen meisjes onder zijn nazaten van mijn opa

Zelfstandig naamwoord: na-zaat
de nazaat
de nazaten

Synoniemen
afstammeling, nakomeling, telg