meervoud betekenis & definitie

meervoud - zelfstandig naamwoord
uitspraak: meer-voud

1. vorm die je gebruikt om aan te geven dat het om meer dan één persoon of ding gaat
♢het meervoud van 'kip' is 'kippen'

Zelfstandig naamwoord: meer-voud
het meervoud
de meervouden