2020-02-29

Lichaam

De termen lichaam, lijf en lichamelijkheid verwijzen naar het fysische aspect van het menselijk leven, dat in zijn eindigheid (geboorlijkheid en sterfelijkheid) is erkend. Deze bepaling vindt men in ieder geval bij uiteenlopende denkers. Augustinus schreef rond 428: 'Wij verstaan onder lichaam de tijd van leven in het lichaam’ (fiber de praedestinatione). Hobbes sprak rond 1651 in verband met het lijfsbehoud over ‘the time, which Nature ordinarily alloweth men to live’ (Leviathan, hoofdstu...

2020-02-29

lichaam

Geheel van botten, organen, weefsels, vloeistoffen enzovoort waaruit mensen en dieren bestaan. Het woord ‘lichaam’ is afgeleid van het oude woord ‘lijkhaam’. ‘Lijk’ betekende vroeger ‘vlees’ en ‘haam’ betekende ‘omhulsel, wat eromheen zit’. Meestal wordt met ‘lichaam’ het middelste deel van je lijf bedoeld. Dat is de romp oftewel je lichaam behalve je ledematen: je armen en benen. Daarom kun je zeggen dat ‘je armen en benen aan je lichaam vastzitten’.

2020-02-29

Lichaam

Verwijst in algemene zin naar de in aardse materie verschijnende geestelijke principes. Vaak voorkomend als begrip in de reeks: lichaam, ziel, geest. Het menselijk lichaam wordt doorgaans aangeduid met de term: het fysieke lichaam. In de antroposofie wordt ervan uitgegaan dat de mens niet een lichaam is, maar een lichaam heeft.

2020-02-29

Lichaam

Lichaam - aanspreekvorm voor een onbekend persoon. Hé, lichaam, kom eens hier! Vgl. huppeldepup, Figuursma.

2020-02-29

lichaam

lichaam - zelfstandig naamwoord uitspraak: li-chaam 1. geheel van botten, organen, spieren waaruit een mens bestaat ♢ haar hele lichaam deed pijn 2. middelste deel van een mens ♢ je armen en benen zitten vast aan je lichaam Algemene uitdrukkingen: 1. een hemellichaam ...

2020-02-29

lichaam

lichaam - Zelfstandignaamwoord 1. (anatomie) een geheel van botten, vlees en organen van een mens of dier 2. (figuurlijk) een instantie 3. (figuurlijk) een hoeveelheid materie met een bepaalde vorm Synoniemen [1] lijf [2] instantie, instelling, korps

2020-02-29

Lichaam

Lichaam van den mensch. Ter karakteriseering van het menschelijk l., voornamelijk met het oog op de anthropologie, gebruikt men verschillende kenmerken. De lichaamslengte is zeer verschillend. Bij een lengte tot 130 c.M. spreekt men van dwerggroei, bij 130-160 c.M. van kleine vormen; 160-170 c.M. zijn middelmatige vormen; boven 170 c.M. spreekt men van groote vormen, terwijl lengte boven 200 c.M. reuzengroei genoemd wordt. De gemiddelde lichaamslengte van de geheele menschheid is ± 165 c.M. De...

2020-02-29

lichaam

Lijk. Het WNT citeert o.a. het ‘Groot Placaatboek’ (ca. 1610) en J.J. Orlers (‘Beschrijvinge der Stadt Leyden’. 164 x). De dwang om je immer ‘politiek correct’ te uiten, neemt vaak absurde vormen aan. Het New England Journal of Medicine deed eind jaren negentig de aanbeveling om een lijk maar liever een ‘niet-levende persoon’ te noemen. Een synoniem is stoffelijk* overschot. Donderdag zijn de lichamen van vijf Nederlandse toeristen gevonden. de Volkskrant, 26-02-99 Daarn...

2020-02-29

Lichaam

LICHAAM, o. (...chamen), het lijf van menschen en dieren, dikwijls in tegenst. met geest of ziel: een gezond, sterk, welgemaakt lichaam; een ziekelijk, zwak lichaam; gezond zijn naar lichaam en ziel; de geest had het lichaam reeds verlaten; — slechts in een gezond lichaam woont eene gezonde ziel; hij zorgt slecht voor zijn lichaam; — een lichaam zonder ziel, een mensch zonder verstand of gevoel; — romp het hoofd van het lichaam scheiden; het lichaam van eene letter; — alles wat onder het...

2020-02-29

LICHAAM

en lichamelijkheid behoren tot de wezensstructuur van de mens, die daardoor in de tijd-ruimtelijke wereld geplaatst is. Men heeft zijn lichaam niet op dezelfde wijze waarop men een pak aan heeft. Het is geen uitwendige bekleding, doch wezensbestanddeel van de mens. Alle menselijke levensuitingen hebben daarom ook een lichamelijk karakter en de ziel, zelf onlichamelijk van aard, is geheel en al aangewezen op samenzijn met een lichaam, waarin zij alleen haar volle vitaliteit ontplooien kan. Dat m...

2020-02-29

Lichaam

1° (nat. hist.) het geheel van weefsels en organen (bij eencelligen: organellen), waaruit een dierlijk of plantaardig organisme bestaat. Voor de opvatting van het l. door de theosofen, zie → Theosophie. 2° Wiskunde, a) Algebra. Een verzameling getallen of functies vormt een l., wanneer de bewerkingen optelling, aftrekking, vermenigvuldiging en deeling (behalve door nul), toegepast op twee willekeurige getallen of functies van de verzameling, weer een getal of functie van de verzam...

2020-02-29

lichaam

Stoett (1932: 90) schrijft: “Men zwoer en vloekte bij al wat heilig was,” en hij citeert: bij al tgeen god almachtig aan zijn gebenedide lichaam mach hebben; bij goids lichaam gebenedijt. De betekenis van deze vloeken is duidelijk ‘bij alles wat God aan zijn lichaam heeft, bij Gods gezegende lichaam’. zie Dionysius.