koninklijk - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: ko-nink-lijk
1. wat met de koning of koningin te maken heeft
♢ Beatrix is het hoofd van het Koninklijk Huis
2. mooi als van een koning
♢ zij leiden een koninklijk leven
Bijvoeglijk naamwoord: ko-nink-lijk
... is koninklijker dan ...
het koninklijkst
de/het koninklijke ...
iets koninklijks
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.