hun - voornaamwoord
1. derde persoon meervoud, bij object zonder 'aan'
♢ ik geef hun een cadeau
2. bezittelijk: hij is van die andere mensen
♢ het is hun paard
Voornaamwoord: hun
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.