Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

bewegen

betekenis & definitie

bewegen - onregelmatig werkwoord
uitspraak: be-we-gen

1. zorgen dat het van stand of plaats verandert
♢ Anita kan haar arm niet bewegen
2. aanzetten om iets te doen
♢ ik kon hem er niet toe bewegen mee te gaan

Algemene uitdrukkingen:
1. zij kan zich in alle kringen goed bewegen
[met alle mensen goed omgaan]
Onregelmatig werkwoord: be-we-gen
ik beweeg
jij/u beweegt
hij/zij beweegt
wij/zij/jullie bewegen
ik/jij/u/hij/zij bewoog
wij/zij/jullie bewogen
hij heeft bewogen
de/het/een bewogen ....
bewegend, bewegende

Synoniemen
moveren, verroeren

Tegenstellingen
stilhouden