Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

stand

betekenis & definitie

stand - zelfstandig naamwoord

1. hoe het is of hoe het staat
♢ hoe is de stand van de maan?
1. de stand van zaken
[hoe de toestand is]
2. de stand in de wedstrijd
[hoeveel doelpunten er gevallen zijn en voor wie]
3. de burgerlijke stand
[waar gegevens van burgers worden bijgehouden]
4. iets tot stand brengen
[ontwikkelen, vormen]
5. iets in stand houden
[zorgen dat het blijft bestaan]
2. rang of plaats in de maatschappij
♢ hij hoort bij de werkende stand
1. boven je stand leven
[meer uitgeven dan je hebt]
2. boven je stand trouwen
[met iemand van een hogere stand]
3. een heer van stand
[een man die laat blijken bij de hogere klasse te horen]

Algemene uitdrukkingen:
1. iets tot stand brengen
[iets presteren]
2. het in stand houden
[zorgen dat het blijft]
3. tot stand komen
[ontstaan]
Zelfstandig naamwoord: stand
de stand
de standen
het standje