besproeien betekenis & definitie

besproeien - regelmatig werkwoord
uitspraak: be-sproei-en

1. het in veel fijne druppels over iets heen gooien
♢ in de zomer moeten we het gras elke dag besproeien

Regelmatig werkwoord: be-sproei-en
ik besproei
jij/u besproeit
hij/zij besproeit
wij/zij/jullie besproeien
ik/jij/u/hij/zij besproeide
wij/zij/jullie besproeiden
hij heeft besproeid
de/het/een besproeide ....

Synoniemen
begieten, sproeien