Synoniemen van besproeien

2020-01-27

Besproeien

BESPROEIEN, (besproeide, heeft besproeid), (bloemen enz.) sproeiende begieten een milde regen besproeide 't aardrijk; de bloemen besproeien; de aangetaste planten met bouilli bordelaise besproeien. BESPROEIING, v. (-en), (landb.) irrigatie.

2020-01-27

besproeien

besproeien - (besproeide, heeft besproeid), sproei- ende begieten: bloemen —; de wegen — tegen het stof. zie beregening.

2020-01-27

besproeien

besproeien - regelmatig werkwoord uitspraak: be-sproei-en 1. het in veel fijne druppels over iets heen gooien ♢ in de zomer moeten we het gras elke dag besproeien Regelmatig werkwoord: be-sproei-en ik besproei jij/u besproeit hij/zij besproeit wij/zij/jullie besproeien

2020-01-27

Besproeien

zie Besprenkelen.

2020-01-27

Besproeien

Besproeien - Deze term wordt soms, hoewel ten onrechte, gebruikt voor bevloeien. Met meer recht zou de term zijn te gebruiken voor de in de laatste jaren op sommige landbouwbedrij ven in Duitschland met succes toegepaste methode de velden en de gewassen in droge tijden te bevoch tigen, waarbij door middel van een stelsel van buizen en slangen het water onder druk uitge sproeid wordt. Bij deze methode wordt dus de regen nagebootst; ze heeft het voordeel nog uit gevoerd te kunnen worden, wan...

2020-01-27

besproeien

besproeien - Werkwoord 1. (ov) natmaken met fijne druppels Hij besproeit de bloemetjes momenteel. Woordherkomst Afgeleid van sproeien met het voorvoegsel be-.

2019-04-28

Besprenkelen — besproeien

Eene zelfstandigheid in fijne deeltjes op iets strooien. Besprenkelen wordt zoowel van eene vaste als van eene vloeibare zelfstandigheid gebruikt. Het vleesch met zout, met pekel be¬sprenkelen; besproeien alleen van eene vloeistof, in dichte droppels neer¬vallend. Bij besproeien denkt men meer aan regelmatige uitstrooiing van vocht, besprenkelen is minder gelijkmatig en niet in zoo groote hoeveelheid vocht op iets strooien. De regen besproeit het aardrijk. Het waschgoed wordt besprenkeld...

2019-07-17

irrigeeren

irrigeeren - bevloeien, besproeien.

2018-09-02

Droopen

DROOPEN, (droopte, heeft gedroopt), (gew.) bedruipen, besproeien. DROOPING, v.

2019-07-09

arroseeren

arroseeren - besproeien, begieten; (handelsterm) bij termijnen betalen.

2019-07-10

arroseeren

arroseeren - bw. gel., besproeien, bevochtigen

2016-12-27

Beregenen

Beregenen is het besproeien van gewassen met grondwater of oppervlaktewater.

2018-05-07

irriguus

irríguus (-a, -um), - van Lat. irrigāre, besproeien, bevloeien: op bevloeid of drassig terrein groeiend.

2019-10-02

arrose ren

1 besproeien, begieten; 2 met kleine sommen arbetalen, kleine bedragen op afbetaling storten.

2018-09-01

Bouillie bordelaise

BOUILLIE BORDELAISE, v. 2 à 4 procents kopervitriooloplossing met gebluschte kalk, dient om planten te besproeien tegen verschillende zwamziekten.

2019-05-30

bloemenspuit

bloemenspuit - v./m. (-en), spuit om bloemen te besproeien tegen ziekte en ongedierte of om bloemen en planten met water te bevochtigen om uitdrogen te voorkomen.

2019-06-13

gieters

Houders voor water, meestal van metaal of plastic, met een tuit waarvan het mondstuk geperforeerd is, om planten water mee te geven of te besproeien. (AAT-Ned)

2019-06-13

duinrellen

Gegraven watergang in een duingebied waarmee (overtollig) water uit de duinen versneld kon worden afgevoerd, soms met de bedoeling het water buiten het duingebied te gebruiken voor het besproeien van akkers. (Leestekens)

2019-06-08

gieter

gieter - Houders voor water, meestal van metaal of plastic, met een tuit waarvan het mondstuk geperforeerd is, om planten water mee te geven of te besproeien.

2018-12-22

aangieten

aan'gieten (goot aan, heeft aangegoten), 1. tegelijk met het voorwerp gieten, zodat het daarmee een geheel uitmaakt: dat ornament is aangegoten; (fig.) die kleren zitten u als aangegoten, passen u volkomen; 2. over de hele oppervlakte begieten, besproeien: een grasperk—.