veel betekenis & definitie

veel - bijwoord, telwoord

1. grote hoeveelheid, groot aantal
zij hebben veel kinderen
1. VEEL laad je op een boerenkar (TB)
[dat is pas veel]
2. op veel momenten, veel keren
♢ zij kijken veel televisie
3. wat niet allemaal nodig is
♢ ik heb te veel boeken voor mijn boekenkast

Algemene uitdrukkingen:
1. ik heb veel te veel brood bij me
[veel meer dan ik nodig heb]
2. weet ik veel!
[ik weet het echt niet, hoor]
Bijwoord: veel
Telwoord: veel
... is meer dan ...
het meest
vele ...
velen

Synoniemen
bende, boel, dikwijls, ettelijke, frequent, hoop, massa, meermaals, meermalen, menigmaal, regelmatig, stoot, talrijk, tig, vaak, veelvuldig

Tegenstellingen
enkel, kort, weinig