Lexicon van de Ethiek

Verklarend lexicon van de meest gebruikte begrippen uit de hedendaagse ethiek.

Gepubliceerd op 19-04-2017

2017-04-19

Probabilisme

betekenis & definitie

Het probabilisme (Latijn: probabilis, waarschijnlijk) is een moraaltheologische theorie voor het beoordelen van handelingen waarvan het verplichtend karakter onzeker is. In het licht van deze theorie is het toegestaan tot een handeling te besluiten waar goede redenen voor bestaan ook als er voor een tegengestelde beslissing betere redenen voorhanden zijn.

Historische ontwikkeling
Historisch gaat het probabilisme terug op de dominicaan Bartolomeo de Medina, ofschoon bepaalde elementen van deze leer al veel ouder zijn. Zowel bij Aristoteles als bij Thomas van Aquino staat de opvatting dat in morele aangelegenheden vaak geen zekerheid te bereiken is, in het centrum van de ethische theorie. De twijfel was uiteraard ook onderwerp van verhandelingen over het geweten: Cajetanus maakte een onderscheid tussen een theoretische en een praktische gewetenstwijfel. De theoretische twijfel betreft de vraag wat met zekerheid geboden, verboden of toegestaan is; de praktische twijfel, wat mij, in deze concrete situatie geboden, verboden of toegestaan is. Reeds hier kondigt zich aan dat de casuïstiek in haar latere uitwerking nauw met de vraag naar zekerheid en in zoverre ook met het probabilisme verbonden is.

In de middeleeuwen waren er echter al drie methoden dan wel criteria bekend die voor handelingsbesluiten waarvan de verplichtingsgraad twijfelachtig was, werden toegepast: het tutiorisme is van mening dat men altijd het zekere alternatief dient te kiezen. Het equiprobabilisme staat het toe voor een handeling te kiezen die even waarschijnlijk (aequi probabilis) is als het alternatief. Bartolomeo de Medina ging nog een stap verder: als een mening waarschijnlijk is, zou het volgens hem toegestaan zijn haar te volgen, ook als het tegendeel waarschijnlijker zou zijn (Expositio). Enerzijds accepteert De Medina dus een groter risico dan wel een bepaalde onzekerheid, anderzijds echter wordt de ‘waarschijnlijkheid’ aan bepaalde criteria gekoppeld: een mening die slechts waarschijnlijk is moet door wijze mannen worden vertolkt en door zeer goede argumenten worden onderbouwd.

Van de jezuïeten Azor en Suarez stammen de volgende opvattingen die het probabilisme in een korte formule onderbrengen: qui probabiliter agit, prudenter agit, en lex dubia non obligat (obligatio dubia, obligatio nulla) (Bruch 2001). De uiteenlopende ‘systemen der moraal’ overdenken dus twijfelachtige morele situaties waarbij in de loop van de tijd diverse ‘regels van verstandigheid’ dan wel reflexen Prinzipien werden ontwikkeld. Een voorbeeld hiervan is de regel in dubio melior est conditio possidentis (wanneer een wet gegeven is, moet zijn geldigheid voorondersteld worden), die uit het bereik van de rechtvaardige ruil stamt maar ook op andere morele onderwerpen wordt toegepast. Over de soort van ‘gegevenheid’ van een wet vinden vervolgens nadere overwegingen plaats (leges in dubio juris non urgent; enzovoort) (Haring 1954).

De waarschijnlijkheid van handelingen kan daarenboven berusten op argumenten en redenen die aan de zaak zelf worden ontleend. Dit wordt probabilitas intrinseca genoemd. De waarschijnlijkheid kan evenwel ook op de autoriteit van deskundigen berusten, zonder dat hun redenen gecontroleerd kunnen worden. Deze waarschijnlijkheid wordt dan probabilitas extrinseca genoemd.

Vaak wordt vanuit het perspectief van een regelovertreding, dan wel van miskenning van een bestaande wet geredeneerd. De meest zekere mening (opinio probabilior) wordt dan als die mening gekenschetst die bij navolging de schending van een wet met grotere zekerheid vermijdt dan de navolging van een tegengestelde mening (opinio minus probabilis). De keuze voor de zekere mening vindt dus plaats ten gunste van de wet (legi favens)', de keuze voor de minder zekere mening, die in het probabilisme geoorloofd is, vindt plaats ten gunste van de vrijheid (libertati favens). Daarenboven ken het probabilisme nog drie trappen: de keuze voor de minder zekere mening is alleen geoorloofd als a) ze bijna even waarschijnlijk is als de zekere, of ook dan als b) ze weliswaar minder waarschijnlijk is, maar toch op goede redenen is gebaseerd (vere et solide probabilis), of zelfs dan als c) ze slechts zwak (tenuiter) of zelfs twijfelachtig (dubie) of weinig waarschijnlijk (probabiliter probabilis) is. Terwijl de eerste trap vrijwel samenvalt met het equiprobabilisme, representeert de tweede het zuivere probabilisme. De derde grenst al aan laxisme.

Van grote betekenis is de vaststelling dat morele voorschriften in de regel, in zoverre ze direct uit de ‘openbaring’ en het ‘primaire natuurrecht’ stammen, geen direct object van deze reflexen Prinzipien zijn, omdat hier de zekerheid wordt aangenomen. Pas de conclusies, dus de gevolgtrekkingen uit de primaire principes, worden bij de probabilistische moraalsystemen betrokken. Evenwel was er in de loop van de tijd sprake van een - deels mateloze, deels hypocriete - interpretatiezucht, waarvan de opvattingen weerloos ten prooi vielen aan de vernietigende kritiek van Pascal en Arnauld. In de zestiende en zeventiende eeuw wankelde de katholieke kerk op haar grondvesten door de strijd om het probabilisme, aangezien de orde der jezuïeten, die dit ‘systeem’ na het dominicaanse beginstadium het meest intensief representeerde (zij het niet zonder ernstige conflicten binnen de orde), een prominente plaats innam. De dominicanen zelf maakten in het midden van de zeventiende eeuw het ‘probabiliorisme’ nagenoeg tot doctrine van de orde (Döllinger en Reusch 1984). Deze discussie kwam pas laat in de achttiende eeuw tot een zekere afsluiting door de invloed van de moraaltheoloog Alfonsus de Liguori die het equiprobabilisme verkoos, na evenwel in de vroege uitgaven van zijn Theologia Moralis enige tijd het probabiliorisme en het probabilisme te hebben gehuldigd (Mahoney 1987). Desondanks laaide de strijd om de geldigheid van de ‘moraalsystemen’ nog tot in de twintigste eeuw geregeld in alle hevigheid op.

De terminologie die met deze ‘moraalsystemen’ is verbonden, doet tegenwoordig in zekere zin ‘scholastisch’ aan, waarbij de onderscheidingen en criteria aan de behoefte tegemoet kwamen zich in de nieuwe tijd rekenschap te geven van de groeiende complexiteit van de levensverhoudingen. Bij nauwkeuriger beschouwing zal men vele principes, criteria en afwegingen die in huidige discussies over de ‘toegepaste ethiek’ van grote betekenis zijn, in het historische debat over ‘morele zekerheid en twijfel’ terugvinden. De strijd om het probabilisme kan als ethische voorloper van de moderne contingentie-ervaring in rebus morum worden begrepen. Bovendien gaat het hier - naargelang het standpunt - om niets minder dan de uitbreiding of inperking van de gewetensvrijheid.

Vooral in het kader van de discussie over de vraag hoe ‘zeker’ een ethische fundering moet zijn, keren probabilistische motieven vandaag de dag terug in de moraalfilosofie. Terwijl ‘fundamentalisten’ (foundationalists) een sterke en zekere fundering van morele oordelen verlangen, zijn ‘coherentisten’ met waarschijnlijke funderingen tevreden. De waarschijnlijkheid van een moreel oordeel wordt gegenereerd door een netwerk van overtuigingen en argumenten zonder dat één van deze argumenten absolute zekerheid zou moeten bieden.

Literatuur
Bachelet, R., La question liguorienne. Probabilisme et equiprobabilisme, Parijs, 1898.
Bruch, R., ‘Probabilismus, moralisch’, in: J. Ritter, K. Gründer (Hrsg.), Historisches Wörterbuch der Philosophie, Band, VI, Basel, 2001, pp. 1390-1394.
Deman, Th., ‘Probabilisme’, in: J.M.A. Vacant (red.), Dictionnaire de Théologie Catholique, Parijs, 1925-1950, T. XIIII pp. 417-620.
Döllinger, J.J.I. von, E H. Reusch, Geschichte der Moralstreitigkeiten in der römisch-katholischen Kirche seit dem 16. Jahrhundert, Aalen, 1984 (1889).
Haar, E ter, Aequiprobabilisme en gematigd probabilisme volgens de leer van de H. Alfonsus, Gulpen/Zwolle, 1906.
Haar, E ter, Das Decret des Papstes Innocenz XI Uber den Probabilismus , Paderborn, 1904.
Haring, B., Das Gesetz Christi, Freiburg i. Br., 1954.
Jansen, R., La question liguorienne. Probabilisme et equiprobabilisme, Galoppe, 1899.
Medina, Bartholomaeo à, Expositio in primam Angelici doctoris D. Thomae Aquinatis, Venetië, 1580-1582.
Mahoney, J., The Making of Moral Theology. A Study of the Roman Catholic Tradition, New York, 1987.
Mahoney, J., ‘Probabilismus’, in: H. Balz (Hrsg.), Theologische Realenzyklopädie, Berlijn 1977-2004, Bd. XXVII, pp. 465-468.
Smit, F., Gematigd probabilisme, Leiden, 1905.
Stock, V. van der, Het nieuw aequiprobabilisme gewikt en gewogen, Cuyk, 1905.
Wils, J-P, Nachsicht, Paderborn / München, 2006.

(J-P. Wils)