De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Gepubliceerd op 07-06-2020

Anker

betekenis & definitie

(1) (scheepvaart), in zijn eenvoudigste vorm een zwaar voorwerp, bv. een steen, vastgehecht aan een stuk hout met haak, welke laatste in de grond moet grijpen, later bestaande uit een zware ijzeren schacht met aan het ondereinde, kruis genaamd, ter weerszijden een arm, eindigend in een driehoekige hand of vloei met punt. Om te beletten, dat het anker plat op de bodem zou blijven, zonder met een der armen in de grond te dringen, is door het andere einde van de schacht een naar weerszijden uitstekende stok aangebracht.

De stok (tegenwoordig eveneens van ijzer) staat loodrecht op het vlak van schacht en armen en houdt daardoor in genoemd geval de schacht schuin omhoog geheven. Zodra er nu aan het anker wordt getrokken, kantelt het om en komt een der handen met de punt op de grond. Bij verder trekken dringt daarna de gehele arm aan die zijde in de bodem; de stok komt eveneens plat daarop te liggen, terwijl de andere arm omhoog steekt. Overigens onderscheidt men de ankers in plaüehands-, stokloze, parapluie- en drijfankers, terwijl voor kleinere vaartuigen dreggen worden gebezigd;(2) (natuurk.) (ook: poolstuk) stuk week ijzer, dat tegen de uiteinden der benen (polen) van een hoefvormige magneet wordt geplaatst, teneinde de draagkracht van de magneet te bewaren;

(3) (electrotechn.) onderdeel van electrische machines waarin stroom geïnduceerd wordt;

(4) (bouwk.) in het algemeen ijzeren houvasten of koppelijzers, dienend om de verschillende bouwdelen aan elkaar te verbinden. Men heeft iattankers, die dienen om de vloerbalken, die in de muren zijn aangebracht, daaraan te verankeren ; strijk ankers, om muren aan daaraan evenwijdig lopende balken te verbinden en zgn. blinde ankers, die niet in het zicht komen, doch in de muren ingemetseld worden;

(5) (waterbouwk.) ook landvest of intang, ijzeren staaf met plaat, die dient om het vooroverbuigen van de palen ener beschoeiing te voorkomen;

(6) (horlogerie) in slingerwerken en oude zakuurwerken een onderdeel van het werk, waarvan de beide uiteinden in de tanden van het schakelrad grijpen;

(7) symbolisch teken ter aanduiding van wat met de zeevaart in betrekking staat, voorts zinnebeeld der hoop;

(8) wijnmaat, z maten en gewichten.