Katholicisme encyclopedie

Prof. dr. J.C. Groot (1955)

Gepubliceerd op 02-01-2020

HERODES

betekenis & definitie

is de stamnaam van een vorstengeslacht dat afkomstig was uit het door Johannes Hyrcanus in 125 v. Chr. tot het aannemen van de joodse godsdienst gedwongen Edom of Idumea en dat in de tijd van het N.T. als vazal van de Romeinen in Palestina heeft geregeerd.

De geschiedenis van deze dynastie, welke die van de Makkabeeën opvolgde, valt voor een groot deel samen met de politieke geschiedenis van Palestina in deze periode. Herodes I de Grote werd in 40 v.

Chr. door de Romeinen tot koning benoemd en wist zich te handhaven tegenover de hulp van de Parthen aan een Makkabeese pretendent en onder bestuurswisselingen te Rome. Zijn gebied omvatte Judea, Samaria, Galilea, Idumea, Batanea en Perea; het had dus ongeveer de omvang van het rijk van David en Salomon.

Ofschoon deze Herodes, naar de maatstaven die men aan Oosterse vorsten pleegt aan te leggen, over grote bestuurskwaliteiten beschikte, had hij bij zijn volk een slechte naam. Zijn houding tegenover het Makkabeese vorstenhuis, waaraan hij door zijn vrouw Marianne I was geparenteerd, zijn achterdocht en wreedheid hij vermoordde zijn zwager, enkele van zijn vrouwen en van zijn zonen de zware belastingen en het bloedig onderdrukken van ieder verzet wekten veel weerstand.

Maar het diepst wondde hij het hart van de Joden door zijn Hellenistische cultuurpolitiek. De ergernis over het bouwen van een renbaan, een theater en een amphitheater in Jerusalem, het bevorderen door Herodes van de keizercultus in het Oosten, het voor zijn rekening laten bouwen van afgodstempels in buitenlandse steden konden niet worden gecompenseerd door de grootse restauratie en verbouwing van de Jerusalemse tempel en door Herodes’ succesvolle pleidooien bij de keizer voor de Joden in de diaspora.

Er was geen innerlijke band tussen de koning en zijn volk. Hij bleef de Edomiet en de vriend van Rome.

Slechts met behulp van een meedogenloos militair apparaat kon hij zich handhaven.

Hij is de Herodes van de kindermoord te Bethlehem (Matth. 2).

Hij stierf 4 v. Chr. (zie Jesus).Na zijn dood maakte keizer Augustus drie van zijn zonen tot heerser, ieder over een deel van het gebied van hun vader. Archelaus (Matth. 2 : 22) kreeg Judea en Samaria. Een tyran als zijn vader, miste hij diens capaciteiten. Hij irriteerde de Joden en Samaritanen zo hevig, dat Augustus hem in 6 n. Chr. afzette en zijn gebied onder een Romeinse procurator bracht. Herodes Antipas werd viervorst (tetrarch) over Galilea en Perea.

Hij bouwde de zuiver Hellenistische stad Tiberias. Na de verstoting van zijn eerste vrouw trouwde hij met Herodias, de vroegere vrouw van zijn halfbroer Herodes Philippus, die haar dochter Salome mee naar het hof van Antipas bracht. Toen Johannes de Doper de vorst beschuldigde van echtbreuk, liet deze hem na de dans van Salome op instigatie van Herodias in de kerker onthoofden. Deze Herodes was de landsheer van Jesus; daarom zond Pilatus tijdens diens proces Jesus naar Herodes, die Hem door zijn soldaten liet bespotten en Hem daarna terugzond naar de Romeinse stadhouder. In 39 stierf hij in ballingschap. De derde zoon van Herodes I, Philippus, kreeg het bestuur over de provincies tussen de bronnen van de Jordaan en Damascus.

Hij staat als een humaan vorst bekend. Zijn residentie was Caesarea Philippi. In 30 huwde hij met Salome, wier vader zijn halfbroer was en wier moeder oom tegen hem zeggen moest. In 34 stierf hij. Herodes Agrippa I, de broer van Herodias, volgde hem op. Deze kreeg in 40 het viervorstendom van Antipas en in 41 ook Samaria en Judea onder zijn bestuur, zodat hij tenslotte over heel het gebied van zijn grootvader regeerde.

Hij is de enige Herodes, die, ofschoon in zijn hart Hellenist, door zijn politiek de godsdienstig strenge Joden voor zich trachtte te winnen. In het verband van deze politiek doodde hij de apostel Jacobus en zette Petrus gevangen (Hand. 12). Over zijn dood, in 44, wordt in het N.T. bericht. Zijn zoon Agrippa II heeft niet meer in Palestina geregeerd. Door erfenis en gunst van de Romeinen kreeg hij tenslotte een vrij groot rijk ten Noorden van Palestina. De Joden hadden met hem te maken, omdat hij het toezicht had op de tempel en de hogepriesters benoemde.

In het N.T. treedt hij op bij een bezoek aan de procurator Festus in Caesarea, waar Paulus een rede voor hem hield (Hand. 25). Daar lezen we ook van zijn zuster Bérénice, met wie hij toen een verhouding had en die later vriendin van Titus werd. Ook zijn zuster Drusilla wordt in het N.T. vermeld; zij was nl. gehuwd met de procurator Félix en hoorde Paulus eveneens (Hand. 24). Met Agrippa II verdwijnt het geslacht Herodes van het toneel der geschiedenis. R. s.