Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

Gepubliceerd op 27-09-2020

2020-09-27

Iets

betekenis & definitie

(i:ts) (-je) [Mned. iet des, wat daarvan]

I. onbepaald vrnw.
1. enig ding of persoon : heb ik hier niet laten liggen? hoor ik daar -? zei je -? heb je vandaag al weer eens van hem gehoord? iet(s) dergelijks; zo -; anders, menselijks; van belang, betekenis, gewicht; zonder -; hij heeft een zeker in zijn gelaat dat me niet aanstaat; - of niets.

Gez. dan was het nog - of dat zou nog zijn, dan ging het of dan ging het nog gedeeltelijk op ; dat is net voor hem, daar houdt hij van of dat kan men van hem verwachten; iet of wat, enigszins; hebben of krijgen van iemand of iets, er enigszins op (gaan) gelijken; van later zorg, iets waar men zich op het ogenblik niet over behoeft te bekommeren; Iron. ’t was (je me) -! ’t was wat moois; zo gemeen als -, zeer gemeen.

2. een weinig : ik zal je er van vertellen; als het nu maar een -je verder ging.

II. bw. wat: hij is beter; het is koeler.