Wat is de betekenis van iets?

2019
2021-12-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

iets

iets - Onbepaald voornaamwoord 1. een zekere zaak Hij heeft daarover wel iets gezegd, maar het is me ontschoten. iets - Bijwoord 1. een beetje, enigszins Hij kwam iets dichterbij staan. We komen iet...

Lees verder
2018
2021-12-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

iets

iets - bijwoord, voornaamwoord 1. niet veel, niet zo erg ♢ we zijn iets te laat 2. als je niet weet of wil zeggen waar het precies over gaat ♢ ik ga iets voor mijn vriend kopen Algemene uitdrukking...

Lees verder
2017
2021-12-06
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

Iets

Samen met eentje behoort iets tot de vaagste borrel namen aller tijden. Je moest je dorst toch wel heel erg willen versluieren om deze laffe term te gebruiken. Maar hij kwam voor, omstreeks de eeuwwisseling, tot ergernis van een zekere J. Verdonck. In 1903 schreef Verdonck, in een artikel over eufemismen in het tijdschrift Noord en Zuid: Bedwelmend...

Lees verder
2004
2021-12-06
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

iets

(1) Aan het begin van de twintigste eeuw een versluierende benaming voor sterke drank; een borrel. Sanders (1997) haalt een zekere J. Verdonck aan die in 1903 een artikel over eufemismen schreef in het tijdschrift ‘Noord en Zuid’: ‘Bedwelmende drank noemt men dan liefst of ‘dranken’, of heel deftig ‘spiritualiën’, en verder heet het een ‘hartverste...

Lees verder
1973
2021-12-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

iets

I. onbep. vn., 1. een onbepaalde stoff. of onstoff. zaak: hebt u ook — gehoord? met een genitief, een ding van de aard of soort die genoemd wordt: — lekkers; — der gelijks, het een of ander van dien aard; anders, enig ander ding; van belang, een belangrijke zaak; 2. in meer bepaalde opvatting, naar het verband meebrengt: doe &mda...

Lees verder
1952
2021-12-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Iets

pron., eat, hwat.

1950
2021-12-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Iets

I. onbep. vnw., 1. een onbepaalde stoff. of onstoff. zaak, enig ding: hebt gij ook iets gehoord! ; zei je iets!; met een genit., enig ding van den aard of de soort die genoemd wordt: iets lekkers, iets moois ; — iets dergelijks, het een of ander van dien aard; iets anders, enig ander ding ; — iets van bel...

Lees verder
1937
2021-12-06
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

iets

onbep. vnw. (wat onbepaalds, ongenoemds; een kleine hoeveelheid; Z.-N. wat dan ook): ik heb u iets te zeggen; daar heb je iets; dat is net iets voor hem, a) dat kan men van hem verwachten, b) daar houdt hij van; zo gemeen als iets, zeer; een zeker iets; eindelijk eens iets van je horen; ‘t was (je me) iets! dat is iets van later zorg; iets of...

Lees verder
1933
2021-12-06
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Iets

(Lat. aliquid = aliud quid = ander ding) (philos.), een der zes transcendentale wijsgeerige begrippen. Elk ding is iets, d.w.z. onderscheiden van elk ander ding (→ Distinctie). Dit is de meest eenvoudige formuleering van het contradictie-beginsel. → Beginsel. v. d. Berg

Lees verder
1898
2021-12-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Iets

IETS. onbep. vnw. eene onbepaalde zaak, een ongenoemd voorwerp : hebt gij ook iets gehoord ?; een weinig, een gedeelte : ik zal je er iets van vertellen; (bijw.) hij is iets beter; — dat wil iets zeggen, dat is nogal van belang; — hij bezit nogal iets, hij bezit vrij veel; — hij heeft iets, wat hem hindert; (Zuidn.) iets slechts...

Lees verder