Financial Resource Planning betekenis & definitie

Uit de kasstroomoverzichten volgde de financieringsbehoefte voor de nieuwe propositie. Deze financieringsbehoefte kan op verschillende manieren worden ingevuld. Deze paragraaf staat stil bij de mogelijkheden die een onderneming heeft en de specifieke voor- en nadelen daarvan: dit wordt ‘financial resource planning’ genoemd. Het management heeft de volgende mogelijkheden voor het invullen van de gecalculeerde financieringsbehoefte:

- Interne financiering. Dit kan op twee manieren. De eerste manier is het inpassen in het budget voor de onderneming of het organisatieonderdeel, of opnemen voor de komende budgetrondes. Maar ook kan ter financiering van de nieuwe propositie een kostenreductieprogramma worden gestart, zodat de totale financieringslasten niet hoeven toenemen. Het betreft hier additionele kostenbesparingen buiten de invloedssfeer van de nieuwe propositie. Immers, deze is al opgenomen als relevante positieve kasstroom in het financiële deel van het businessplan. Denk hier bijvoorbeeld aan systemen die overbodig zijn geworden hetgeen onder meer een besparing in licentiekosten teweeg kan brengen. Kostenreductie kan plaatsvinden binnen het bedrijfsonderdeel waarin de nieuwe propositie gestalte moet gaan krijgen, maar ook bij een geheel ander bedrijfsonderdeel.

Unilever heeft besloten om zich te concentreren op een selectief aantal A-merken in plaats van op de meer dan duizend die het op dat moment in portfolio had. De desinvestering in deze merken kwam daarbij ten goede aan de uitbouw van de behouden A-merken (NRC Handelsblad, 12 mei 2002).

- Externe financiering. Hierbij worden reguliere bankfinanciering en de verstrekkers van durfkapitaal onderscheiden, zoals een private investor of een participatiemaatschappij. Reguliere bancaire instellingen financieren alleen vreemd, private investors en institutionele investeerders participeren in eigen vermogen, maar kunnen ook vreemd vermogen verstrekken.

Ook in het geval dat eigen vermogen in voldoende mate voorradig is of additioneel kan worden aangetrokken, kan het toch raadzaam zijn om vreemd te financieren. Hiervoor is een tweetal redenen aan te wijzen:

- Belastingvoordeel. Betaalde rente op schulden vormt een aftrekbare kostenpost voor de vennootschapsbelasting. Een onderneming die met schulden is gefinancierd hoeft dus over een lager bedrag belasting te betalen dan een onderneming die volledig met eigen vermogen is gefinancierd
- Het hefboomeffect van vreemd kapitaal. Dit hefboom effect (ook wel ‘financial leverage effect’) ontstaat wanneer vaste beloningen voor vreemd vermogen verschaffers en restinkomen voor eigen vermogenverschaffers naast elkaar bestaan. Als de rentabiliteit op het totale vermogen wijzigt dan leidt dit tot een versterkte verandering van de rentabiliteit op het eigen vermogen. Dit kan worden weergegeven met de formule: REV = RTV + (RTV – r) x VV/EV, waarbij r de rentevoet op het vreemd vermogen is. Uit deze formule volgt, dat wanneer VV gelijk is aan nul, het tweede deel van de vergelijking ook nul oplevert. Is wel sprake van vreemd vermogen, dan levert het tweede deel van de vergelijking een additionele waarde op die aan de RTV wordt toegevoegd.

Er zijn ook nadelen verbonden aan financiering met vreemd vermogen. Wanneer een onderneming zijn schuldgraad opvoert en dus het hefboomeffect versterkt, stijgt ook het risico dat hij bij een te lage rentabiliteit van het totale vermogen op den duur niet meer aan zijn rente- en aflossingsverplichtingen kan voldoen. In de praktijk blijkt dat veel faillissementen veroorzaakt worden door te agressief gefinancierde groeistrategieën. Daarnaast stijgen de kosten van communicatie of investor relations naarmate een onderneming meer externe financiers inschakelt.

Uiteindelijk gaat het er daarom om een optimale verhouding te realiseren tussen vreemd en eigen vermogen. De verhouding tussen vreemd en eigen vermogen wordt de solvabiliteit van de onderneming genoemd. Onder solvabiliteit wordt verstaan in hoeverre de onderneming op de langere termijn aan al haar verplichtingen kan voldoen. De gemiddelde solvabiliteitsratio (VV/EV) in Nederland is 30%. Ongeveer tweederde van de Nederlandse ondernemingen heeft een solvabiliteitsratio tussen de 20 en 40%. Deze cijfers zijn sterk indicatief want sterk afhankelijk van bijvoorbeeld de branche waarin de onderneming werkzaam is. Afhankelijk van de huidige en de gewenste solvabiliteit, dient het management te kiezen voor vreemd financieren of met eigen middelen financieren.