Arro betekenis & definitie

Een veronderstelde arro die gewoon gaat doen, is als popiejopie nog verder van huis. (Algemeen Dagblad 2-3-1998)

In de jaren tachtig werd het in Nederland mode om woorden te maken met een o op het eind. Dat gebeurde waarschijnlijk onder invloed van het Amerikaans. Amerikaanse jongeren gebruikten toen woorden als beardo, bimbo, creepo, dumbo, fatso en weirdo.

Het is heel makkelijk om dit soort woorden te maken. Dat kan op twee manieren: door aan een bestaand woord een o vast te plakken (zoals bij alternativo, brillo, frusto, lijpo en lullo) of door het mes te zetten in woorden waar al een o in zit. Dat leidde onder andere tot aso, disco, majo, pedo, psycho en socio. Het was een rage die honderden afko’s opleverde - eendagsvliegen en blijvertjes.

Een van de blijvertjes is afkomstig van Van Kooten en De Bie. Zij introduceerden het op 5 oktober 1986, in een themauitzending over arrogantie. Aanleiding was onder meer de campagne van burgemeester Ed van Thijn om de Olympische Spelen naar Amsterdam te halen. De uitzending bestond uit een aantal korte filmpjes waarin allerlei arrogante typetjes werden uitgebeeld, zoals de arrobiter (een arrogante arbiter), de arrovisor (een wvc-ambtenaar) en een arromonstrant (een arrogante demonstrant). Ook Van Thijn werd gepersifleerd.

In de inleiding, opgenomen in het ‘arrocafé’ Rum Runners in Amsterdam, legden Van Kooten en De Bie uit waar het om ging:

DE BIE:
‘Een oud spreekwoord zegt: een brutaal mens heeft de halve wereld.’

VAN KOOTEN:
‘Nou dat willen we allemaal wel, de halve wereld.
Of nog beter, driekwart van de wereld of de héle wereld. Maar dan kom je er niet als je alleen maar brutaal bent.’

DE BiE:
‘Nee, zeer zeker niet. Want als jij echt de touwtjes in handen wilt krijgen of mensen naar je pijpen wil laten dansen, dan moet je niet alleen brutaal zijn, maar ook bikkelhard, uitgekookt, monomaan en doortrapt. En dat alles noemen wij: arrogant.’

VAN KOOTEN:
‘Arrogant zijn is brutaal zijn maar met stijl en zonder hart. Dus niet wachten tot je gelijk krijgt, maar je gelijk gewoon nemen. Kijk maar eens om je heen. Dan zie je dat het niet de yuppies zijn die de dienst uitmaken, niet de aso’s, de macho’s en de desperado’s, nee, het zijn op alle niveaus de arro’s die bepalen wat er gebeurt.’

Volgens Marc De Coster werd het nieuwe woord het eerst geadopteerd door Nederlandse politici. Een jaar later schreef Jan Kuitenbrouwer in het boekje Turbo-taal: ‘Ook Koot en Bie’s vondst “arro”, ter aanduiding van een arrogant type, wordt gemeld maar of hij werkelijk gebruikt wordt is twijfelachtig. ’

Welnu, die twijfel is onnodig gebleken: arro is uitgegroeid tot een van de vitaalste turboafkortingen. In de krantenbestanden die voor dit boekje zijn nageplozen komt het woord vele malen voor. Ook in samenstellingen, zoals arro-architectuur (waar prins Charles campagne tegen voert), arro-botheid en arro-stijltje.

Arro wordt op twee manieren gebruikt: als zelfstandig naamwoord voor een ‘arrogant, aanmatigend persoon’, en als bijvoeglijk naamwoord voor ‘arrogant’. Zo merkte de Nieuwe Revu in 1990 op: ‘Ah, Jan is ’n tikje arro geworden na die succesboekjes van ’m.’ En Het Parool schreef in 1993: ‘Bij Zomergasten was het contrast tussen de leuke gasten en een verveelde arro als Peter van Ingen vaak opmerkelijk.’

De uitzending van 5 oktober 1986 had overigens niet alleen tot gevolg dat het Nederlands met weer een afkorting werd verrijkt. Een van de typetjes van Kees van Kooten, de arromonstrant, haalde fel uit naar Kodak vanwege een reclamecampagne waarin een bepaald type rolletje werd afgebeeld in de vorm van een kogel, met daaronder de tekst: ‘Schiet met scherp. Dodelijk nauwkeurig.’ Van Kooten liet een foto zien van een vervaalde Kodak-muurschildering en stelde voor daarmee te gaan adverteren met als onderschrift: ‘Zo verschieten Kodak-kleuren.’

Kodak schrok zich rot en gaf ogenblikkelijk opdracht de gewraakte advertentie uit de roulatie te nemen. De reclamewereld noemde dit eventjes het Van Kooten-effect.

Zie ook positivo.