Jan betekenis & definitie

Is in de betekenis 'sterke drank' is het woord jenever in 1608 voor het eerst in het Nederlands gevonden. Via het Franse genièvre gaat het terug op het Latijnse juniperus 'jeneverbes struik'. De voornaam Jan bestond toen al eeuwen. Op een gegeven moment kwamen jenever en Jan samen. Zoals er mannen zijn die hun geslachtsdeel een naam geven ('...en dit is Alexander de Grote'), zo zijn er drinkers die hun drankje met een koosnaam aanspreken. Hoe een en ander precies is verlopen valt niet meer te achterhalen, maar waarschijnlijk is het begonnen met janever - een ver- bastering die al omstreeks 1660 is gevonden.

Van jenever naar Jan Evers is een kleine stap, en kroeg humor, associaties en de behoefte aan variatie zullen de rest hebben gedaan. Gevolg: er zijn nogal wat borrel namen met 'Jan', zoals Jan Doedel of jan- doedel, een borrel naam die in 1836 voor het eerst is opgetekend door de vooraanstaande taalkundige J.H. Halbertsma. Halbertsma trof het woord in Overijssel aan. Hij bracht het in verband met het Overijsselse doedel 'slaapmuts' en vertaalde jandoedel daarom als 'Jan Slaapmuts' (vergelijk slaapmutsje). Jandoedel bleek een succesvolle borrel naam te zijn. Hij maakte de oversteek naar Nederlands-Indië en kwam in 1874 terecht in de uitdrukking gelanceerd in den Jean-doedel voor 'dronken'. De verbasterde vorm jandoedel is in 1861 aangetroffen in Overijssel en in 1887 in Groningen. In Groningen werd jandoedel overigens minachtend gebruikt, voor 'slechte jenever en brandewijn'. Jandoedel wordt nu onder andere nog gehoord in Noord- Brabant, Vlaanderen, de Achterhoek en Drenthe.

De Drenten zeggen van iemand die dronken is: 'Hij zit under de jandoedel.' De borrel naam Jan Evers is in 1882 voor het eerst gevonden, in Oost-Friesland. Hij komt in een gedichtje voor, dat vrij vertaald als volgt gaat:
Jan Evers' macht is groot Hij is de sterkste Jan Wie eenmaal zijn slaaf is Komt d'r zelden meer van[af|. Het jongere broertje van Jan Evers, Jan Evert, dook in 1937 op in een Bargoens woordenboekje, in de uitdrukking Jan Evert was er ook bij voor 'zij waren onder invloed van sterke drank'. Jan Glas is sinds 1853 te vinden in de zegswijze hij heeft de bovenkamers aan Jan Glas verhuurd voor 'hij is aan de drank'.

Kouwe Jan en zoete Jan trof men vroeger vooral aan op het ijs. Koek-en-zopie- tenten verkochten deze drankjes totdat dit in 1881 door de drankwet werd verboden. De verkopers riepen daarbij: Leg ereis an! Leg ereis an! Heete melk en kouwe (of: zoete) Jan. Verder zijn nog aangetroffen Jan Foezel, janneman en ouwe jan. Die laatste borrelnaam zal betrekking hebben op oude jenever. In het Engels is 'sterke drank' onder andere gepersonifieerd in John Barleycorn, John Hall en Johnnie, het Amerikaans-Engels kent personificaties als Al Cohol, Al K Hall en Alki Hall.