Dierenleed betekenis & definitie

Leed dat de mensen andere dieren aandoen. Geweld dat dieren onnodig wordt toegebracht. Dierenmishandeling.

Voor de bevrijding van dieren zijn twee bewegingen actief. De pragmatici richten zich op de verbetering van levensomstandigheden (bio-industrie, circus) en op vermindering van leed onder dieren (slachthuizen). Zijn tegen reïficatie of verdinglijken van dieren (plofkip, bontproductie, ganzenleverpastei) en tegen het instrumenteel gebruik van bijvoorbeeld proefdieren. Met publiekscampagnes en specifieke wetgeving oefenen zij invloed uit op culturele tradities (stierenvechten, vossenjacht, ortolaan eten) en op de jacht, hengelsport en zo meer. De Partij voor de Dieren vertegenwoordigt deze pragmatische, meer traditionele beweging.

Een tweede nieuwe stroming is politiek-filosofisch. Behalve mensapen beschouwen zij alle andere dieren als niet-menselijke dieren. Inclusief schepsels die onder de grond (wormen), in de lucht (stadsduiven, huismussen) of in het water leven (walvissen). Andere beesten hebben net als mensen politieke belangen (ganzen rond Schiphol, zwerfkatten, dierentuinen). Hebben zelfs rechten (politiehonden, blindengeleidehonden) en plichten (koeien, waakhonden).

Antropocentrisme - de homo sapiens als standaard en norm van alles - zet mensen tegen beter weten aan te denken dat dieren niet empathisch zijn. Er bestaat veel onkunde over diergedrag. Zo is aangetoond dat woestijnratten mensen 'namen' geven en duiven 'democratische' beslissingen nemen. Bij dit alles zorgt onbewuste discriminatie op basis van soort (speciesisme) voor structureel geweld en dierenleed. Eva Meijer vertegenwoordigt deze meer politiek-filosofische stroming.

Rituelen als palingtrekken of levend koken of dood knuppelen van katten als middeleeuws volksvermaak is niet meer. Kistkalveren voor wit vlees zijn afgeschaft. In zekere zin zijn mensen beschaafder geworden. Verbeteraars samen met filosofen zullen het dierenleed door geweld verder doen afnemen.