Definities van Groot woordenboek der Nederlandsche taal in de Ensie I
- Inciteeren
- Inclinatie
- Inclinatiekaart
- Inclineeren
- Includeeren
- Incluis
- Inclusie
- Inclusief
- Incognito
- Incommensurabel
- Incommodeeren
- Incompatibel
- Incompatibiliteit
- Incompensabel
- Incompetent
- Incompetentie
- Incompleet
- Incompressibel
- Inconform
- Inconsequent
- Inconsequentie
- Inconsiderantie
- Inconsistentie
- Inconstitutioneel
- Incontestabel
- Incontribuabel
- Inconveniënt
- Incorporatie
- Incorporeeren
- Incorrect
- Incourant
- Increduliteit
- Increment
- Incrimineeren
- Incroyabel
- Incroyable
- Incrustatie
- Incrusteeren
- Incubatie
- Inculpatie
- Inculpeeren
- Incunabel
- Incurabel
- Indaba
- Indachtig
- Indachtigmaking
- Indagen
- Indalen
- Indammen
- Indansen
- Indaüwen
- Indebitum
- Indecent
- Indecentie
- Indecisie
- Indeclinabel
- Indeelen
- Indelicaat
- Indelven
- Indemnisatie
- Indemniseeren
- Indemniteit
- Indenken
- Independent
- Independenten
- Independentie
- Inderdaad
- Inderhaast
- Indertijd
- Indeterminisme
- Indeuken
- Index
- India-rubber
- Indiaan
- Indiaansch
- Indianengebied
- Indicateur
- Indicatie
- Indicatief
- Indiceeren
- Indiciën
- Indictie
- Indië
- Indien
- Indienen
- Indienne
- Indiër
- Indifferent
- Indifferentisme
- Indigent
- Indigestie
- Indignatie
- Indigniteit
- Indigo
- Indigobereider
- Indigoplant
- Indigotine
- Indigovink
- Indijken
- Indikken