Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

Gepubliceerd op 25-05-2017

afzien

betekenis & definitie

De bodem van zijn krachten bereiken; de pijngrens overschrijden; zich afbeulen, ploeteren. In Vlaanderen wordt deze uitdrukking gebruikt in de zin van: veel lijden, zich opofferingen getroosten. Nijhoffs Zuidnederlands Woordenboek (1981) geeft al vindplaatsen uit de jaren vijftig van vorige eeuw. In Nederland behoorde deze uitdrukking tot voor enkele jaren tot het pure vakjargon. Oud-minister-president Dries van Agt vond destijds dat politici net als renners konden ‘afzien’ en droeg aldus bij aan de populariteit van de term. ‘Afzien als een beer’ of‘als een orgel’ betekent: geweldig lijden; bovenmenselijke inspanningen leveren. ‘Afzien is net niet compleet kapotgaan’ is een gevleugelde uitspraak van Mart Smeets. Franse renners gebruiken de uitdrukking ‘dégueuler sa bouillie’.

Jan, toen we die rit tegen de Italianen uit tweede positie moesten winnen, ik dacht daarna ik leef niet meer. Wat ging dat hard. Wat moesten we afzien. (Leeuwarder Courant, 22/10/1968)

Zie ons hier afzien. ‘t Is nog geen weer om een hond door te jagen... (Jan Cornand: Gouden Lucien Buysse. 1976)