Frans woordenboek (FR-NL) 1950

Dr. F.P.H. Prick van Wely

Gepubliceerd op 13-07-2022

Retraite

betekenis & definitie

’t terugtrekken, terugtocht; taptoe; afzondering; R.K. retraite; schuil-, wijkplaats; pensioen; herwissel; retraite aux flambeaux, fakkeloptocht, taptoe met fakkellicht; maison de rusthuis [v. ouden v. dagen]; prendre sa retraite, pensioen nemen; couper la retraite, de terugtocht afsnijden; sonner (battre) la retraite, de taptoe blazen (slaan); ook: de aftocht blazen; battre en retraite , (zich) terugtrekken; de aftocht blazen; officier en retraite, gepensionneerd officier; prêtre en retraite, priester in retraite.