Dollar betekenis & definitie

(1821, uit het Engels) munt

De daalder, schreven wij, is de moeder van de dollar. De benaming daalder vindt haar oorsprong in het stadje Joachimsthal in het vroegere koninkrijk Bohemen. Vanaf 1519 werden hier zilvermunten geslagen die in Duitsland al snel thaler werden genoemd, bij ons daalders of dalers en in het Engels dollars. Onverklaard bleef echter hoe de dollar de munteenheid van de Verenigde Staten werd.

Welnu, de eerste munt die in Noord-Amerika op grote schaal werd gebruikt, was de leeuwendaalder - een zilveren munt die in 1575 in de provincie Holland voor het eerst werd geslagen. Hollandse kolonisten namen deze munt omstreeks 1620 mee naar Amerika. De lion dollar of lion was bij kooplui en matrozen een geliefde munt, maar niet de enige. Daarnaast betaalde men graag met de Spaanse peso, die bekendstond als de Spanish dollar. De Amerikaanse kolonisten hadden voortdurend gebrek aan muntgeld. Engeland eiste namelijk dat zij hun belastingen voldeden in zilveren of gouden munten. Bovendien zorgden de Britten ervoor dat er in de koloniën zo weinig mogelijk Brits geld in omloop was. Ze scheepten de kolonisten af met monetaire kliekjes: oude, versleten en ongewilde munten. Zo werden de kolonisten eens opgezadeld met een partij munten die zo slecht was dat hij door de Ieren was geweigerd. Het gevolg was dat de kolonisten aanvankelijk voornamelijk vertrouwden op ruilhandel. Er werd betaald met kaas, bijlen, kippen, vaten cider, hooi, stookhout, zout, wol en ga zo maar door. Daarnaast ontstond er langzaamaan een grote verscheidenheid aan koloniaal geld.

In opdracht van de Massachusetts Bay Colony sloegen de zilversmeden John Huil en Robert Sanderson in 1652 in Boston de eerste Noordamerikaanse munt, de pine tree shilling. Zij gingen hier precies dertig jaar mee door, maar al die tijd bleef er op de munt '1652' staan, om te voorkomen dat de Britten doorkregen hoeveel munten er werden geslagen. Al snel brachten ook de andere koloniën geld uit, nu eens dollars genaamd, dan weer ponden of shillings. Daarnaast waren er munten in omloop uit Mexico, Portugal, Brazilië en vrijwel alle Europese landen. Kortom, wat betaalmiddelen betreft was het in de 17de en 18de eeuw aan gene zijde van de Atlantische Oceaan een ongelooflijk zootje. De waarde van een munt stond op een gegeven moment gelijk aan z'n gewicht in zilver of goud, en iedere geldwisselaar had een weegschaaltje. Het was duidelijk dat er iets moest gebeuren. In 1775, kort voor het uitbreken van de Amerikaanse Vrijheidsoorlog, begon het voorlopige parlement met het uitgeven van continental money. De waarde werd uitgedrukt in dollars. Een vervelende bijkomstigheid was dat men om de oorlog te financieren zoveel biljetten bijdrukte dat dit geld spoedig waardeloos werd. Wel kreeg het begrip dollar hiermee een stevige positie. Het was dan ook geen echte verrassing dat Gouverneur Morris (1752-1816), die in 1782 opdracht had gekregen een voorstel te doen voor een nieuwe, officiële Amerikaanse munteenheid, op de proppen kwam met dollars en centen (een woord dat wij waarschijnlijk later uit het Amerikaans-Engels leenden). Overigens was Gouverneur de voornaam van Morris, niet zijn functie - hij was zoiets als staatssecretaris. Het voorstel van Morris deed de Amerikaanse bankiers verdriet. Zij hadden liever vastgehouden aan het Britse pond.

Hoewel Morris het meeste werk deed, staat Thomas Jefferson bekend als 'de vader van de Amerikaanse dollar'. Jefferson paste het rapport van Morris aan en schreef in 1784 een officieel memorandum aan het Congres, waarin hij het dollar- en-cent-systeem voorstelde. Op 6 juli 1785 nam het Congres dit voorstel aan en op 2 april 1792 werd het wettelijk vastgelegd.

Vanzelfsprekend waren alle buitenlandse munten hiermee niet op slag verdwenen. Sterker nog: in 1793 bepaalde het Congres dat in Amerika ook buitenlandse munten wettig betaalmiddel bleven. Dat duurde maar liefst tot 1857. Tot die tijd kon je in de VS dus gewoon betalen met je daalder - de Nederduitse moeder van de dollar.

Engels dollar (±1600); Duits Dollar, Frans dollar (1773).

Enkele andere muntnamen met een geografische herkomst:

De beiersgulden was een goudgulden die werd geslagen door Jan van Beieren (1420-1425), ruwaard van Holland. Op de munt stond een afbeelding van Johannes de Doper.

De bezant is een gouden munt die in de middeleeuwen in Byzantium (nu Istanboel) werd geslagen. In het Middelnederlands sprak men van besant of bisant. De munt was in de 9de eeuw gangbaar in Europa. Later werd met bezant ook een kleine zilveren of gouden schijf op een wapenschild aangeduid.

De heller is genoemd naar Schwäbisch-Hall in Duitsland, waar men deze kleinste Zuidduitse munt omstreeks 1230 begon te slaan. In Oostenrijk werd de munt tussen 1893 en 1916 opnieuw gebruikt.

De Mechelaar was een zilveren munt die in 1485 werd geslagen in Mechelen en in andere Bourgondische muntateliers.

De rand werd in 1961 de Zuidafrikaanse munteenheid. Deze munt is genoemd naar Witwatersrand, een bergrug in Zuid-Afrika waar uitgestrekte goudvelden liggen. De goudmijnen van Wirwatersrand leveren naar schatting een derde van de wereldgoudproduktie.

De florijn, ten slotte, wordt soms ten onrechte afgeleid van de plaatsnaam Florence. Florijn is echter via het Frans ontleend aan het Italiaanse fiorino, dat een verkleinvorm is van fiore 'bloem'. De florijn werd in de 13de eeuw in Florence geslagen met als versiering de lelies van het stadswapen. Onze aanduiding !1. voor gulden stamt van deze munmaam af.

DOLLAR: Ency. Brit." 8 (1911) 389; WNT 1112 (1916) 2772; Mencken Am. Lang. (1947•) 116; Nussbaum A history of the dollar (1957); Flexner Listening to America (1984) 181-202; Rey-Debove Dict. des anglic. (19902) 239; Pfeifer Etym. Wtb. d. Deutschen (19932) 1409; OED ( 19932).