cabernet sauvignon betekenis & definitie

De Koning der Blauwe Druiven die in Engelssprekende wijnlanden ook wel 'King Cab’ wordt genoemd. Evenals zijn witte collega chardonnay heeft de druif zich ontwikkeld tot wereldmerk. Beroemd en geliefd bij de wijndrinker en dientengevolge populair bij wijnmakers. Wie cabernet sauvignon aanplant, ziet zijn geld groeien. En in alle valutasoorten, want de druif gedijt overal.

Deze toevallige kruising van cabernet franc en sauvignon blanc begon einde 18e eeuw zijn mondiale tournee in Bordeaux. Vooral de châteaux in de Médoc en de Graves zagen de cabernet sauvignon als de ideale druif. Met zijn unieke geur van zwarte bessen, soms ook kersen en pruimen, cederhout, sigarenkistjes, leer en tabak. Stevig, stoer, kleurrijk, met veel tannines en duurzaam. Maar om tot een 'grand vin' te komen heeft cabernet sauvignon hulp nodig van zijn trouwe adjudanten merlot en cabernet franc. Hij laat zich overigens ook goed mengen met onder andere tempranillo, syrah en sangiovese. Als solist kan deze vrij laat rijpende druif, vooral in de wat koelere gebieden, teleurstellen. Geeft dan holle wijn, met agressieve groene tonen. In de warmere Midi beginnen echter steeds meer wijnmakers 'pure' cabernet sauvignon te maken. Zij nemen genoegen met lage rendementen per hectare en zien dat beloond met uitstekend rood. Om de kwaliteit op te schroeven ruilden ook wijnbouwers buiten Frankrijk hun lokale druiven in voor King Cab. Cabernet sauvignon werd de held in Toscane. In Spanje legde hij de fundering onder het succes van Ribera del Duero en Priorat. Australië, Zuid-Afrika en Amerika volgden. Ook Zuid-Amerika werd veroverd. De Chileense producent Concha y Toro is eigenaar van de grootste cabernet sauvignon wijngaard ter wereld. In Midden-Europa en rondom de Middellandse Zee heeft de druif eveneens talrijke hectaren geannexeerd.

Gepubliceerd op 17-05-2017