shunt betekenis & definitie

Een verbinding tussen een slagader en een ader, meestal aangeboren (uitspraak: sjunt).

Hierdoor worden slagaderlijk (zuurstofrijk) bloed vermengd met aderlijk (zuurstofarm) bloed. Dat is niet de bedoeling van het lichaam (zie bloedsomloop). Bij een shunt in je hart zit er een gaatje in je hart tussen beide boezems of beide kamers, waardoor daar het zuurstofarme bloed uit de rechter harthelft zich vermengt met het zuurstofrijke bloed uit de linker harthelft. Zo’n shunt is meestal aangeboren en dus van nature aanwezig.

De chirurg kan ook een kunstmatige shunt aanleggen door tijdens een operatie een slagader en een ader met elkaar te verbinden. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij mensen die elke week voor hemodialyse moeten worden geprikt. Een (vaat)chirurg maakt dan een shunt in je arm. Dankzij zo’n verbinding ontstaat een groot, krachtig bloedvat, dat gemakkelijk is aan te prikken met een naald en dat genoeg bloed geeft voor de hemodialyse.