bloedsomloop wat is de betekenis & definitie

De weg die het rondgepompte bloed door je lichaam aflegt.

Het lichaam heeft een kleine bloedsomloop en een grote bloedsomloop.
De kleine bloedsomloop loopt tussen het hart en de longen. Het hart pompt bloed naar de longen en dat bloed krijgt daar zuurstof. Dat zuurstofrijke bloed komt terug bij het hart. Het hart pompt dat bloed dan in de grote bloedsomloop, naar alle weefsels, spieren en organen. Die krijgen zo bloed met zuurstof, dat ze nodig hebben om te kunnen werken.
De bloedvaten die van het hart naar de weefsels en organen lopen, zijn de slagaderen. Hoe verder ze van het hart af liggen, des te meer vertakken ze zich. Ze worden steeds dunner. Denk maar aan een boom met takken: vlak bij de stam zitten dikke takken, maar aan het uiteinde van de takken zitten allemaal dunne takjes. Uiteindelijk de slagadertjes over in haarvaten (de kleinste takjes).

Daarna stroomt het bloed, waaruit de zuurstof is gehaald, via de aders (venen) terug naar het hart. Die terugweg bestaat uit veel kleine adertjes, die uiteindelijk samenkomen in twee grote aderen bij het hart. In het hart aangekomen begint het zuurstofarme aan een nieuwe rondgang, langs de longen, terug het hart door en dan verder het lichaam in.
Het hart pompt ongeveer elke minuut de totale hoeveelheid bloed van een mens (zo’n vijf liter) door het lichaam. Bij inspanning kan de bloedtoevoer naar de spieren wel twaalf keer zo groot worden, terwijl de spijsverteringsorganen op dat moment een derde deel minder bloed krijgen. Daarom is het onverstandig na het eten hard te gaan rennen. Je lichaam heeft dan alle bloedtoevoer nodig voor het verteren van het eten. Maar door te rennen vraag je jouw lichaam juist extra bloed naar je beenspieren te sturen. Je voelt dit dan door een steek in je zij. Dat is je milt. Die krijgt dan veel te weinig bloed meer.

Ook circulatiesysteem, bloedcirculatie.