slagader betekenis & definitie

Bloedvat dat bloed vervoert van het hart af naar de weefsels en organen.

Tot de slagaderen behoren onder andere de aorta (de grote lichaamsslagader), de halsslagaderen en de kransslagaderen (coronaire arteriën, die het hart zelf van bloed voorzien). Een slagader heeft een dikke, gespierde, elastische wand. Die is berekend op de golf van bloed onder hoge druk die het hart bij elke slag wegpompt. In de grote bloedsomloop vervoeren slagaderen bloed met veel zuurstof erin. Alleen de longslagaderen vervoeren (in de kleine bloedsomloop) bloed met weinig zuurstof erin. Het hart pompt het bloed schoksgewijs door de slagaderen. Je spreekt het synoniem uit als ‘ar-TEE-rie’.

Ook arterie. Kijk ook bij ader, arteriële bloeding, bloeding, bloedvat, bloedsomloop, buikaorta.