Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Gepubliceerd op 08-01-2020

Ebionieten

betekenis & definitie

De naam Ebionieten, die het eerst gebruikt is door Irenaeus, is niet afgeleid, zooals sommige kerkvaders, o.a. Tertullianus, Epifanius, Hieronymus en zelfs Augustinus meenden, van een sectehoofd, Ebion genoemd, maar het is afgeleid van het Hebreeuwsche woord „ebjön”, dat „arm” beteekent.

Minucius Felix schrijft: „dat wij meestal pauperes (armen) genoemd worden is geen schande voor ons, maar een eere”. Hieruit zou men afleiden, dat de naam Ebionieten in den eersten tijd aan alle Christenen gegeven werd.

Maar langzamerhand veranderde dit. Onder Ebionieten verstond men later die richting in de oude kerk, welke zich verzette tegen de leer der Catholieke kerk en wilde vasthouden aan de oude Joodsche beschouwingen.

Hoewel iets van dat Ebionitisme al sinds Paulus’ dagen (men denke aan de Joodsche dwaalleeraars) bestond, moet men onder de eigenlijke Ebionieten toch alleen verstaan die lieden, die in de tweede eeuw n. C. in de kerk de noodzakelijkheid van de onderhouding der ceremoniëele wet predikten.

Anders kon men niet zalig worden. Jezus werd door de Ebionieten gehouden voor een gewoon mensch, die echter bij zijn doop met bijzonder gezag was toegerust.

Hij was niet de Zoon van God, maar de zoon van Jozef en Maria. Zij gebruikten maar één Evangelie, n.m. het zoogenaamde „Evangelie der Hebreën”, en zij verwierpen al de brieven van Paulus, omdat deze in hun oogen een afvallige was.

Niet alle Ebionieten gingen even ver.

Er waren onder hen ook, die de ceremoniëele wet slechts verplichtend wilden stellen voor de Christenen uit de Joden.

Deze mildere richting wordt door Origenes genoemd de richting der Nazareërs. Die geloofden ook nog aan een bovennatuurlijke ontvangenis bij Jezus.De echte Ebionieten geloofden wel aan een wederkomst van Jezus, maar die wederkomst zou alleen brengen de oprichting van een aardsch Messiasrijk. De Ebionieten bleven vooral in Egypte en Abessinië tot in de 7e eeuw voortbestaan.