Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Gepubliceerd op 29-12-2019

2019-12-29

Abel

betekenis & definitie

I. De tweede zoon van het eerste menschenpaar (Gen. 4:2); de eerste mensch aan wien het oordeel Gods (3 : 19) voltrokken werd.

Habel beteekent in het West-Semitisch „herder”. Zijn offer was aan God welgevallig, niet om het offer, zooals men beweerd heeft, dat daarin de voorkeur aan den herdersstand boven den akkerbouw of aan het bloedige boven het onbloedige offer zou gegeven worden, maar alleen om de gezindheid, waarmede hij het bracht.

Immers hij bracht het (Hebr. 11 : 4) met een kinderlijke gezindheid van geloovige toewijding en behoefte naar verzoening (Hebr. 9 : 22), die hiermede niet aan God een dienst wilde bewijzen of alleen een plicht meende te moeten vervullen en daardoor op belooning aanspraak zou kunnen maken. Hij ontving dan ook het bewijs van Gods welgevallen, hetzij door het recht omhoog stijgen van den rook des offers, hetzij door vuur van den hemel, dat het offer verteerde (vgl.

Lev. 9: 24; 1 Kon. 18 : 38). Ook na zijnen dood ziet de Heere, die het bloed zijner heiligen dierbaar acht (Ps. 116 : 15), op dezen eersten rechtvaardige, die om de gerechtigheid lijdt (1 Joh. 3 : 12).

Zijn bloed riep om wraak en roept nog (Matth. 23 : 34 vv.). Het wordt naar de Goddelijke gerechtigheid geëischt van het gansche geslacht, dat als de moordenaar gezind is.

Zoo roepen de voleindigde rechtvaardigen in den hemel om wraak tegen hunne vervolgers, totdat het oordeel gehouden is. Alleen het bloed van Jezus roept om genade voor de zondaren (Hebr. 12 : 24).II. Abel, wordt (Gen. 50 : 11) door het gelijkluidende woord Ebel, klacht, droefheid verklaard:

1. als naam van de plaats, Abel-Mizraïm, klacht der Egyptenaren, waar de Egyptenaren bij den dorschvloer Atad over Jacob treurden.
2. Dezelfde beteekenis heeft het ook 1 Sam. 6 : 18, als de plaats bij Beth-Semes, waar door de Filistijnen de arke des verbonds werd teruggebracht, en wegens nieuwsgierigheid velen door God gedood werden, zoodat het groote Abel kon vertaald worden door het woord: de groote klacht.

lIl. Gewoonlijk verklaart men Abel naar het Arabisch voor grasveld, hetgeen bij de volgende steden goed past.

1. Het in het meest noordelijke gedeelte van den stam Naftali, dicht bij de grenzen van de Syrische landstreek Maacha (2 Sam. 10 : 6, 8; 1 Kron. 19 : 6), gelegen Abel-Beth-Maacha (2 Sam. 20 : 14), eene groote stad, (vs. 19) moeder in Israël, door de dapperheid der inwoners beroemd, die ook spoedig een einde maakten aan het oproer van Seba. In 2 Kron. 16 : -4, vgl. 1 Kon. 15 : 20, wordt het ook Abel-Maïm genoemd, d.i. waterrijke plaats; want het is gelegen in de nabijheid van de bronnen der Jordaan ten Noorden van het meer Merom. Zij werd door den Syrischen koning Benhadad als eene der grensplaatsen verwoest (1 Kon. 25 : 20; 2 Kron. 6 : 4), en met hare naburen (2 Kon. 15 : 29) reeds onder Pekah en Tiglath-Pileser in ballingschap gevoerd. Nog heden ten dage is er eene plaats die aan den ouden naam doet denken, Abil of Ibel, eenige uren ten Noorden van het oude Dan, ten Zuiden van het tegenwoordige Hesbeija.
2. In den stam Issaschar, 10 uren verder ten Zuiden, lag Abel-Meholah, dansplaats, geboorteplaats van den profeet Elisa (1 Kon. 19 : 16; Richt. 7 : 22).
3. Abel-Sittim, plaats van acacia’s (Num. 33:49), anders alleen Sittim (Num. 25 : 1 ; Jozua 2:1; 3:1; Mich. 6 : 5), lag tegenover Jericho in de Moabietische landstreek. Josephus noemt daar een plaats Abila, 2 uren van de Jordaan.
4. Abel-Keramim, plaats der wijnbergen (Richt. 11 : 33), een vlek aan de overzijde der Jordaan, waar Jefta de Ammonieten versloeg. Door Hieronymus wordt het nog in de 4de eeuw na Chr. als rijk aan wijn en 6 mijlen van Rabbath-Ammon verwijderd genoemd.