Penning betekenis & definitie

Het penninkske (der weduwe), een klein geschenk maar van grote waarde, afgemeten naar het geringe bezit van de gever.

In het evangelie van Marcus en Lucas wordt verteld hoe Jezus commentaar levert op de mensen die geld in het offerblok werpen. Er komen veel rijken langs die veel bijdragen, maar ook minder bedeelden. ‘Er kwam ook een arme weduwe, die er twee muntjes in gooide, ter waarde van niet meer dan een quadrans. Hij riep zijn leerlingen bij zich en zei tegen hen: “Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer in de offerkist gedaan dan alle anderen die er geld in hebben gegooid; want die hebben gegeven van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze had, haar hele levensonderhoud”’ (Marcus 12:42-44, NBV). De penning uit de uitdrukking gaat terug op oudere vertalingen, waaronder de Statenvertaling (1637), waar op deze plaats gesproken wordt van ‘ twee kleyne penningskens [...] welck is een oort’ . Hieruit zijn de uitdrukkingen het penninkske der weduwe en zijn penningske offeren afgeleid. Het penningkske der weduwe is ook de hoofdstuktitel die onder meer in jongere Statenvertaling-edities en in de NBG-vertaling staat vermeld. Het gebruik als bijnaam in het volgende citaat wijst op de bekendheid van de uitdrukking: ‘Toen een van onze leraren, Pennings, een schriel mannetje, een beetje wereldvreemde figuur en een kamergeleerde, trouwde met een forse vrouw en weduwe, noemden we hem het penningske van de weduwe’ (Hervormd Nederland, 8-12-1979).

Bijbelcitaat: Rijmbijbel (1271), v. 25134-37. Dar hi eene arme wedue sach. / Die oec offerde vp dien dach. / Coperine peneghe tvee. / Eens vierlinx wert ende nemme. (... waar hij een arme weduwe zag, die op die dag twee koperen penningen, niet meer waard dan een ‘vierling’ (muntje van weinig waarde), schonk.)

Bijbelcitaat: Leuvense Bijbel (1548), Marcus 12:42. Maer als daer ghecomen was een arme weduwe, soe heeft die daer twee cleyn penninxkens ingheworpen, welck is een quadrant.

Gebruiksvoorbeeld: Het is niet alleen onder totalitaire regimes dat de openbare mening gemanipuleerd kan worden. En nu we ons penningsken geofferd hebben en een warm gevoel ons doorgloeit -- wat nu? (NRC, aug. 1994)

Gepubliceerd op 11-05-2017