Nineve betekenis & definitie

Nineve, hoofdstad van Assyrië, toonbeeld van slechtheid; (fig.) verdorven stad, plaats gekenmerkt door misdaden en verdorven zeden.

God droeg de profeet Jona op om Nineve te redden van de ondergang: ‘Maak je gereed en ga naar Nineve, die grote stad, om haar aan te klagen, want het kwaad dat ze daar doen is ten hemel schreiend’ (Jona 1:2, NBV). Jona wilde dat niet, maar ging uiteindelijk toch naar de stad en preekte dat de stad door God omgekeerd zou worden als de verdorven inwoners zich niet zouden beteren. Door rouw en vasten wisten de inwoners Gods toorn van hen af te wenden.

Bijbelcitaat: Rijmbijbel (1271), v. 13951-53. Doe god dede niniue veruaren. / Also als naum hadde vorsproken. / Ward al hare cracht te broken. (Toen God Nineve bedreigde, zoals Nahum had voorzegd, werd al haar kracht [van de stad] gebroken.)

Gebruiksvoorbeeld: Ook maurice bleef zich verder onderscheiden in dit babel, dit ninive, dit rome: hij zat op het terras van een café en poederde zich (L.P. Boon, De Kapellekensbaan/Zomer te Termuren, 1980 (1953/1956), p. 807)

Gebruiksvoorbeeld: Ms B. en Mr B. hebben allebei een afschuw van de armoede, de viezigheid, het gemene volk uit de achterbuurten, Maar tegelijk fascineert die wereld, dat zondige Ninive, hen. (De Standaard, 21-1-1989)

Gepubliceerd op 11-05-2017