Leviet betekenis & definitie

Leviet, man uit de stam van Levi die de priesters bijstond.

Iemand de levieten lezen, iemand streng berispen, iemand kapittelen.

Levieten waren de mannen uit de stam van Levi die niet van Aäron afstamden, en de priesters (dat waren degenen die Aäron als voorvader hadden) bijstonden in het geven van onderwijs uit de wet. De wetten waren vastgelegd in het bijbelboek Leviticus. Vgl. Leviticus 26:46, ‘Dit zijn de bepalingen, regels en voorschriften waarin de HEER de betrekkingen tussen hem en de Israëlieten heeft vastgelegd, en die hij op de Sinai aan Mozes heeft bekendgemaakt’ (NBV). Iemand de levieten lezen betekende dus: iemand de wet voorlezen, iemand de les lezen, uit het bijbelboek Leviticus.

Gebruiksvoorbeeld: ‘Jij bent een lapzwans, Labout’ zei Prosper, ‘dat ik je vrouw de levieten moet lezen. Ik

dacht dat je een kerel was met een broek aan.’ (Nicolaas, Brocaat, 1949, p. 206; WNT, Aanvullingen)

Gebruiksvoorbeeld: ‘We hoopten dat voor onze luchthaven een uitzondering kon worden gemaakt. Maar de minister is ons toen de levieten komen lezen’, aldus Van den Broeck. (NRC, dec. 1994)

Gepubliceerd op 11-05-2017